Lampionplant (Physalis alkekengi var. franchetii)
- Plantomschrijving
- Details
Lampionplant (Physalis alkekengi var. franchetii) is een krachtige vaste plant die vooral opvalt door zijn feloranje, papierachtige lampionnen. Deze opgeblazen kelken verschijnen na de weinig opvallende zomerbloei en omsluiten ieder een ronde bes. Vooral in de nazomer en herfst trekt de plant daardoor veel aandacht.
De lampionplant verspreidt zich met ondergrondse wortelstokken en kan op een geschikte standplaats flinke groepen vormen. Daarom vraagt de toepassing om een doordachte plaatskeuze. In een ruime border, natuurlijke tuin of afgebakend plantvak kan de plant zich ontwikkelen zonder andere planten snel te verdringen. De gedroogde takken met lampionnen zijn bovendien geliefd voor bloemstukken en herfstdecoraties.
Maak een schetsafspraak
Wilt u lampionplant gebruiken als opvallende herfstplant, in een natuurlijke beplanting of als leverancier van decoratieve droogbloemen? Een goed tuinontwerp stemt groeikracht, beschikbare ruimte, bodem, standplaats en geschikte combinaties zorgvuldig op elkaar af.
Maak dan een afspraak met de Schetsservice!
1. Herkomst en naamverklaring van lampionplant (Physalis alkekengi var. franchetii)
Lampionplant (Physalis alkekengi var. franchetii) behoort tot de nachtschadefamilie (Solanaceae). De botanische soort heeft een groot verspreidingsgebied dat zich uitstrekt van delen van Europa tot ver in Azië. De variëteit franchetii vindt haar oorsprong in Oost-Azië en wordt vooral in verband gebracht met China.
De geslachtsnaam Physalis komt van het Griekse woord ‘physa’, dat blaas of luchtbel betekent. Deze naam verwijst naar de sterk opgeblazen kelk die zich na de bloei rond de bes vormt. De soortnaam ‘alkekengi’ gaat terug op oude benamingen voor de plant en haar opvallende vruchten.
De variëteitsnaam franchetii eert de Franse botanicus Adrien René Franchet. Hij beschreef en bestudeerde verschillende planten uit Oost-Azië. De Britse botanicus Maxwell Tylden Masters publiceerde deze lampionplant aanvankelijk als Physalis franchetii. Later kreeg de plant een plaats als variëteit binnen Physalis alkekengi.
De Nederlandse naam lampionplant verwijst rechtstreeks naar de papierachtige, oranje kelken. Door hun vorm en kleur lijken ze op kleine verlichte lampionnen. De bloemen zelf zijn veel minder opvallend. Daardoor ontstaat de belangrijkste sierwaarde pas wanneer de groene kelken uitgroeien en vervolgens oranje kleuren.
De RHS accepteert de naam Physalis alkekengi var. franchetii en vermeldt Physalis franchetii als synoniem. Kew plaatst de plant tegenwoordig echter in het afzonderlijke geslacht Alkekengi en gebruikt Alkekengi officinarum var. franchetii. Voor dit artikel houden we de actuele RHS-notatie aan.
2. Algemene informatie over lampionplant (Physalis alkekengi var. franchetii)
Wetenschappelijke naam: Physalis alkekengi var. franchetii
Actuele RHS-notatie: Physalis alkekengi var. franchetii
Nederlandse naam: lampionplant
Plantenfamilie: Solanaceae
Planttype: vaste plant
Herkomst botanische variëteit: Oost-Azië
Hoogte: ongeveer 60 tot 100 cm
Bladhoogte: ongeveer 40 tot 70 cm
Breedte: aanvankelijk ongeveer 50 tot 75 cm, maar sterk uitbreidend
Plantdichtheid: circa 3 tot 5 planten per m²
Groeiwijze: opgaand en sterk uitbreidend met ondergrondse wortelstokken
Groeisnelheid: snel
Standplaats: zon tot halfschaduw
Bodem: humusrijk, vochthoudend en goed doorlatend
Zuurgraad: zuur, neutraal tot kalkhoudend
Blad: enkelvoudig, breed eirond en licht behaard
Bladkleur: middengroen
Bladvorm en structuur: eirond tot breed lancetvormig, toegespitst en soms grof getand
Bloeiwijze: afzonderlijke, knikkende bloemen in de bladoksels
Bloemkleur: roomwit tot groenachtig wit
Bloeiperiode: juni tot en met augustus
Vruchten: oranjerode tot rode bessen binnen opgeblazen, feloranje kelken
Wintergroen: nee
Winterhardheid: goed winterhard
Bijzonderheden: opvallende oranje lampionnen en sterke uitbreiding door wortelstokken
Bijzonder kenmerk
Na de bloei groeit de kelk rond iedere vrucht sterk uit. Eerst is deze kelk groen, maar tijdens het rijpen verandert hij in een feloranje, papierachtige lampion. Binnenin ontwikkelt zich een ronde, oranjerode tot rode bes.
Later vergaat het zachte weefsel van de kelk geleidelijk. Daardoor kan alleen een fijn netwerk van nerven rond de bes overblijven. Dit natuurlijke skelet geeft de uitgebloeide vruchten een bijzondere, bijna transparante uitstraling. De takken blijven bovendien lang decoratief en zijn geschikt om te drogen.
3. Uiterlijk en groeiwijze van lampionplant (Physalis alkekengi var. franchetii)
Lampionplant groeit met stevige, rechtopstaande stengels die meestal tussen 60 en 100 centimeter hoog worden. De plant vormt ondergronds lange wortelstokken. Daaruit verschijnen op enige afstand nieuwe scheuten, waardoor één plant zich uiteindelijk tot een brede groep kan uitbreiden.
De stengels dragen afwisselend geplaatste, breed eironde bladeren. In de zomer verschijnen tussen het blad kleine, knikkende bloemen. Deze roomwitte tot groenachtig witte bloemen vallen nauwelijks op. Toch vormen ze het begin van de opvallende vruchten die later in het seizoen verschijnen.
Na de bestuiving groeit de groene kelk rondom de vrucht uit tot een holle, enigszins hoekige vorm. Vervolgens verandert de kleur van groen naar geelachtig oranje en uiteindelijk naar helder oranjerood. De lampionnen hangen afzonderlijk aan korte steeltjes langs de stengels.
De plant oogt tijdens het voorjaar en de vroege zomer vrij natuurlijk en enigszins los. In de nazomer verandert dat beeld volledig. Dan vormen de oranje lampionnen sterke kleuraccenten tussen het groene blad. Nadat het blad afsterft, kunnen de stevige stengels en vruchten nog enige tijd zichtbaar blijven.
Door zijn ondergrondse uitbreiding kan de lampionplant andere, minder krachtige vaste planten verdringen. De groeiwijze vormt daarom een belangrijk onderdeel van zijn uiterlijk én zijn toepassing. In een begrensd vak ontstaat een dichte groep, terwijl de plant zonder begrenzing steeds meer ruimte kan innemen.
4. Blad en sierwaarde van lampionplant (Physalis alkekengi var. franchetii)
Het blad van lampionplant is breed eirond tot langwerpig en loopt uit in een spitse bladpunt. De bladranden zijn gaaf, golvend of onregelmatig getand. Bovendien kan het blad licht behaard aanvoelen. De middengroene kleur vormt tijdens de zomer een rustige achtergrond voor de kleine, lichte bloemen.
De bladeren leveren niet de belangrijkste sierwaarde van de plant. Tijdens warme of droge perioden kunnen ze bovendien minder aantrekkelijk worden. Soms ontstaan verkleuringen of beschadigde randen. Een gelijkmatig vochtige bodem helpt daarom om het blad langer fris te houden.
Vanaf de nazomer verschuift de aandacht volledig naar de vruchten en hun omhulsels. De feloranje kelken steken duidelijk af tegen het groene blad. Daardoor krijgt de plant een warme herfstuitstraling. Vooral in combinatie met siergrassen, donkere zaadhoofden en roodbruin verkleurende vaste planten komen de lampionnen goed tot hun recht.
De afgesneden takken zijn geschikt voor droogboeketten, kransen en andere decoraties. Oogst ze zodra de lampionnen volledig oranje zijn, maar nog stevig aanvoelen. Verwijder vervolgens het blad en hang de takken op een droge, luchtige plaats. Zo behouden de kelken doorgaans lange tijd hun vorm en kleur.
Ook buiten blijven de lampionnen na het afsterven van het blad nog decoratief. Naarmate het seizoen vordert, verbleekt het oranje en verteert het papierachtige weefsel. Uiteindelijk kan een fijn netwerk van nerven ontstaan waarin de bes zichtbaar blijft. Hierdoor verandert de sierwaarde gedurende de herfst en winter voortdurend.
5. Bloei van lampionplant (Physalis alkekengi var. franchetii)
Lampionplant bloeit doorgaans van juni tot en met augustus. De bloemen verschijnen afzonderlijk in de bladoksels en hangen aan korte steeltjes. Ze zijn klein, klokvormig en roomwit tot groenachtig wit. Daardoor vallen ze tussen het vrij forse groene blad nauwelijks op.
Na de bestuiving begint de kelk rond de vrucht sterk te groeien. Aanvankelijk is deze opgeblazen kelk groen. Vervolgens verkleurt hij via geelgroen naar helder oranje of oranjerood. De ontwikkeling van bloem naar opvallende lampion duurt meerdere weken. Daarom ligt de belangrijkste sierperiode niet tijdens de eigenlijke bloei, maar in de nazomer en herfst.
Binnen iedere lampion ontwikkelt zich een ronde bes. Naarmate de vrucht rijpt, verandert ook de omringende kelk van kleur. De kelk beschermt de bes en zorgt tegelijkertijd voor de karakteristieke vorm waaraan de plant zijn Nederlandse naam dankt.
Op een zonnige standplaats kleuren de lampionnen meestal het krachtigst. In halfschaduw ontwikkelt de plant eveneens vruchten, maar de oranje kleur kan daar iets later verschijnen. Voldoende bodemvocht tijdens de groei bevordert bovendien de ontwikkeling van stevige stengels en goed gevormde kelken.
De lampionnen blijven na de vruchtontwikkeling nog lange tijd aan de stengels hangen. Later verteert het zachte weefsel tussen de nerven. Daardoor ontstaat soms een doorschijnend netwerk rond de bes. Zowel de volledig oranje als de geskeletteerde lampionnen hebben een grote decoratieve waarde.
6. Standplaats en bodem voor lampionplant (Physalis alkekengi var. franchetii)
Lampionplant groeit goed in de volle zon en halfschaduw. Op een zonnige plek vormt de plant doorgaans de meeste vruchten en kleuren de lampionnen het opvallendst. In lichte halfschaduw blijft de bodem vaak langer vochtig, wat tijdens warme zomers gunstig kan zijn.
De plant geeft de voorkeur aan een humusrijke, matig voedselrijke en vochthoudende bodem. Tegelijkertijd moet overtollig regenwater gemakkelijk kunnen wegzakken. Langdurig natte wintergrond kan namelijk wortelproblemen veroorzaken. Een losse bodem met voldoende organisch materiaal biedt daarom de beste groeiomstandigheden.
Op zandgrond helpt het om compost door de bovenlaag te mengen. Daardoor houdt de grond meer vocht en voedingsstoffen vast. Op zware kleigrond verbetert compost de structuur. Voeg echter niet zonder noodzaak grote hoeveelheden mest toe. Een zeer voedselrijke bodem stimuleert vooral de bladgroei en kan de uitbreiding van de plant verder versnellen.
Lampionplant verdraagt verschillende zuurgraadvormen. Zowel licht zure, neutrale als kalkhoudende grond is geschikt. De bodemstructuur en beschikbaarheid van vocht zijn belangrijker dan de precieze pH-waarde.
Kies de standplaats vooral op basis van de beschikbare ruimte. De wortelstokken kunnen zich snel buiten de oorspronkelijke plantplek verspreiden. Een vak tussen bestrating, een grote ingegraven kuip zonder bodem of een stevige wortelbegrenzer helpt om de groei onder controle te houden. Controleer wel regelmatig of wortelstokken niet over of langs de begrenzing groeien.
7. Toepassing en combinaties met lampionplant (Physalis alkekengi var. franchetii)
Lampionplant past goed in een natuurlijke tuin, een ruime herfstborder of een afzonderlijk vak voor snij- en droogbloemen. Daarnaast kan de plant worden toegepast op plekken waar hij zich enigszins mag uitbreiden. In een kleine gemengde border is terughoudendheid nodig, omdat de wortelstokken minder krachtige planten kunnen verdringen.
Een grote kuip biedt een goed alternatief voor toepassing in een kleine tuin. Kies een ruime pot met voldoende afwateringsgaten en gebruik humusrijke potgrond. Geef tijdens droge perioden regelmatig water, want potgrond droogt sneller uit dan tuingrond.
De oranje lampionnen combineren mooi met siergrassen, donkerrode herfstkleuren en laatbloeiende vaste planten. Geschikte combinaties zijn onder andere:
- Bossalie (Salvia nemorosa ‘Caradonna’) – voegt in de vroege zomer donkerpaarse bloemaren toe voordat de lampionnen verkleuren.
- Herfstanemoon (Anemone × hybrida ‘Whirlwind’) – zorgt met dubbele witte bloemen voor een helder contrast naast de oranje lampionnen.
- Hemelsleutel (Hylotelephium ‘Herbstfreude’) – combineert stevige oudroze bloemschermen met een langdurige herfstsierwaarde.
- Koninginnekruid (Eutrochium maculatum ‘Atropurpureum’) – vormt een hoge achtergrond met paarsroze bloemen en donkere stengels.
- Pijpestrootje (Molinia caerulea) – brengt luchtige bloempluimen en een warme goudgele herfstkleur in de beplanting.
- Prachtriet (Miscanthus sinensis ‘Gracillimus’) – geeft hoogte, beweging en sierlijke pluimen in de herfst.
- Ruwe smele (Deschampsia cespitosa) – vormt een fijne, transparante wolk van bloeistengels rond de opvallende lampionnen.
- Struisriet (Calamagrostis × acutiflora ‘Karl Foerster’) – zorgt voor een stevige verticale structuur en een rustig wintersilhouet.
Houd bij gemengde beplantingen voldoende afstand tussen de lampionplant en minder krachtige vaste planten. Een ondergrondse begrenzing voorkomt dat de wortelstokken tussen de combinatieplanten groeien.
Ontwerptip: plaats lampionplant in een duidelijk begrensd vak en laat de oranje lampionnen terugkomen naast siergrassen met een goudgele herfstkleur. Zo benut u de sterke herfstsierwaarde zonder dat de plant de hele border overneemt.
8. Groei en onderhoud van lampionplant (Physalis alkekengi var. franchetii)
Lampionplant groeit krachtig en vormt lange, ondergrondse wortelstokken. Vanuit deze wortelstokken verschijnen ieder voorjaar nieuwe scheuten. Daardoor kan een kleine plant zich binnen enkele jaren tot een brede groep ontwikkelen.
Plant lampionplant bij voorkeur in het voorjaar. De wortels krijgen dan een volledig groeiseizoen om zich te vestigen. Een aanplant in de vroege herfst is eveneens mogelijk. Geef na het planten voldoende water en houd de bodem tijdens droge perioden gelijkmatig vochtig.
Breng in het voorjaar eventueel een dunne laag compost aan. Veel aanvullende bemesting is meestal niet nodig. Op voedselrijke grond groeit de plant al snel krachtig genoeg. Te veel mest kan bovendien leiden tot slappe stengels en een nog snellere uitbreiding.
Controleer minstens eenmaal per jaar hoe ver de wortelstokken zich hebben verspreid. Steek ongewenste uitlopers met een scherpe spade af en verwijder alle losse worteldelen zorgvuldig. Kleine stukken wortelstok kunnen namelijk opnieuw uitlopen. Gooi ze daarom niet op een open composthoop wanneer u verdere verspreiding wilt voorkomen.
Snijd takken voor droogboeketten zodra de lampionnen volledig oranje en stevig zijn. Verwijder het blad en hang de stengels ondersteboven op een droge, donkere en goed geventileerde plaats. Zo blijft de kleur doorgaans beter behouden.
Laat enkele stengels in de tuin staan wanneer u ook van de winterse structuur wilt genieten. Knip de afgestorven delen uiterlijk in het vroege voorjaar tot vlak boven de grond af. Daarna verschijnen vanuit de wortelstokken de nieuwe scheuten.
9. Vermeerdering van lampionplant (Physalis alkekengi var. franchetii)
Lampionplant laat zich eenvoudig vermeerderen door wortelstokken te delen. Het vroege voorjaar is daarvoor de beste periode. Zodra de eerste scheuten zichtbaar worden, kunnen delen van de plant worden opgegraven en verplaatst.
Steek met een scherpe spade een gezond deel van de pol af. Zorg dat ieder deel meerdere wortels en minstens één groeipunt bevat. Plant het afgescheiden stuk direct op de nieuwe plaats en geef daarna ruim water. Houd de grond tijdens de eerste weken gelijkmatig vochtig.
Ook losse stukken wortelstok kunnen nieuwe planten vormen. Snijd daarvoor gezonde worteldelen in stukken en plant ze ondiep in losse potgrond. Houd de potten licht vochtig totdat nieuwe scheuten verschijnen. Deze gemakkelijke vermeerdering verklaart tegelijkertijd waarom de plant zich zo snel door een border kan verspreiden.
Zaaien is eveneens mogelijk. Verwijder de zaden uit volledig rijpe bessen, maak ze schoon en zaai ze in potten met luchtige zaaigrond. Een koudeperiode kan de kieming bevorderen. Toch verloopt zaaien langzamer en minder voorspelbaar dan vermeerderen met wortelstokken.
Wie snel planten met dezelfde eigenschappen wil verkrijgen, kiest daarom voor vegetatieve vermeerdering. Plaats nieuwe planten meteen in een begrensd plantvak. Daarmee voorkomt u dat de jonge lampionplanten zich later ongewenst door de tuin verspreiden.
10. Verwante soorten en cultivars van lampionplant
Binnen het geslacht Physalis komen zowel vaste sierplanten als eenjarige of vorstgevoelige soorten met eetbare vruchten voor. Niet iedere soort vormt echter de grote, feloranje kelken die kenmerkend zijn voor de lampionplant.
Onderstaande soorten en cultivars zijn in Nederland en België verkrijgbaar:
- Physalis alkekengi – vaste, wortelstokvormende soort met kleinere oranjerode lampionnen.
- Physalis alkekengi var. franchetii – krachtige variëteit met relatief grote, feloranje lampionnen.
- ‘Gigantea’ – hoge en sterk groeiende cultivar met extra grote lampionnen.
- ‘Variegata’ – cultivar met groen-geel bont blad en oranje lampionnen.
- ‘Zwerg’ – compacte cultivar die doorgaans ongeveer 30 centimeter hoog wordt.
- Physalis peruviana – vorstgevoelige soort die bekendstaat als goudbes of Kaapse kruisbes.
- Physalis philadelphica – eenjarige vruchtplant die vooral als tomatillo wordt aangeboden.
- Physalis pruinosa – laagblijvende, vorstgevoelige vruchtplant die bekendstaat als ananaskers.
Voor decoratieve toepassing in een vasteplantenborder blijft Physalis alkekengi var. franchetii de bekendste keuze. ‘Gigantea’ past vooral in een ruim plantvak, terwijl ‘Zwerg’ geschikt is wanneer een lagere groei gewenst is. Ook deze cultivars kunnen zich echter met wortelstokken uitbreiden.
11. Bijen en biodiversiteit bij lampionplant (Physalis alkekengi var. franchetii)
De kleine zomerbloemen van lampionplant produceren nectar en stuifmeel. Daardoor kunnen bijen, hommels en andere bestuivende insecten de bloemen bezoeken. De bloemen staan echter afzonderlijk tussen het blad en vormen geen grote, opvallende bloeiwijze. Daarom is de plant voor bestuivers minder waardevol dan vaste planten met talrijke open bloemen.
Combineer lampionplant met soorten die op verschillende momenten bloeien. Voorjaarsbollen leveren vroeg in het seizoen voedsel, terwijl bossalie en andere zomerbloeiers de periode rond de bloei van de lampionplant aanvullen. Herfstbloeiers verlengen vervolgens het voedselaanbod.
De dichte begroeiing biedt kleine dieren enige beschutting. Bovendien blijven afgestorven stengels en bladeren gedurende de winter tussen de planten liggen. Ruim daarom niet alles in de herfst op. Laat een deel van het plantenmateriaal staan en verwijder het pas in het vroege voorjaar.
Lampionplant kan zich snel uitbreiden. Daardoor kan hij minder krachtige en ecologisch waardevolle planten verdringen. Een begrensd plantvak voorkomt dat de soort de variatie in een border vermindert. Zo blijft er voldoende ruimte beschikbaar voor verschillende bloeiende planten.
Biodiversiteitstip: gebruik lampionplant als onderdeel van een gevarieerde beplanting en niet als grote monocultuur. Combineer hem met nectar- en stuifmeelrijke voorjaars-, zomer- en herfstbloeiers en houd de wortelstokken zorgvuldig binnen het gekozen plantvak.
12. Problemen en ziekten bij lampionplant (Physalis alkekengi var. franchetii)
Lampionplant is sterk en heeft doorgaans weinig last van ziekten. De meeste problemen ontstaan door een ongeschikte standplaats, langdurig natte grond of de sterke ondergrondse uitbreiding.
Rupsen kunnen aan het blad vreten. Meestal blijft de schade beperkt en herstelt de krachtige plant vanzelf. Controleer bij ernstige vraatschade de onderzijde van de bladeren en verwijder rupsen zo nodig met de hand. Daarnaast kunnen slakken jonge scheuten beschadigen wanneer deze in het voorjaar uit de grond komen.
Bladvlekken en meeldauw komen soms voor tijdens warme, vochtige perioden of bij onvoldoende luchtcirculatie. Geef water bij de bodem en voorkom dat het blad langdurig nat blijft. Verwijder sterk aangetaste bladeren en houd voldoende ruimte tussen de planten.
Op slecht doorlatende grond kunnen de wortels gaan rotten. De stengels verliezen dan hun stevigheid en het blad vergeelt of sterft vroegtijdig af. Verbeter de drainage en voorkom dat de plant in de winter langdurig in natte grond staat.
De sterke wortelstokken vormen in veel tuinen het grootste probleem. Nieuwe scheuten kunnen op ruime afstand van de oorspronkelijke plant verschijnen. Steek ongewenste uitlopers daarom regelmatig af en verwijder alle worteldelen. Zelfs kleine stukken wortelstok kunnen opnieuw uitlopen.
De plant bevat stoffen die schadelijk kunnen zijn wanneer delen worden gegeten. Volgens de RHS vormt volledig rijp fruit een uitzondering, maar onrijpe vruchten en de overige plantendelen zijn schadelijk. Gebruik de plant voor de veiligheid niet als voedselgewas en houd onrijpe bessen en plantendelen buiten bereik van kinderen en huisdieren. RHS
13. Veelgestelde vragen over lampionplant (Physalis alkekengi var. franchetii)
Hoe hoog wordt lampionplant?
Lampionplant wordt doorgaans ongeveer 60 tot 100 centimeter hoog. De uiteindelijke hoogte hangt af van de bodem, hoeveelheid licht en beschikbaarheid van vocht.
Wanneer verschijnen de oranje lampionnen?
De groene kelken beginnen na de zomerbloei uit te groeien. Vanaf augustus of september kleuren ze meestal geelachtig oranje en vervolgens feloranje.
Kan lampionplant in de halfschaduw groeien?
Ja, lampionplant groeit in de volle zon en halfschaduw. Op een zonnige standplaats vormt de plant meestal meer vruchten en kleuren de lampionnen krachtiger.
Woekert lampionplant?
Ja, de plant kan zich krachtig verspreiden met ondergrondse wortelstokken. Zonder begrenzing kunnen nieuwe scheuten steeds verder buiten de oorspronkelijke plantplek verschijnen.
Hoe kan ik lampionplant begrenzen?
Plant de wortelstokken in een ruim, duidelijk afgebakend vak of gebruik een stevige wortelbegrenzer. Controleer daarnaast jaarlijks of wortels niet langs of over de begrenzing groeien.
Kan lampionplant in een pot groeien?
Ja, een ruime pot of kuip is zelfs een goede manier om de uitbreiding te beperken. Zorg voor afwateringsgaten en laat de potgrond tijdens de zomer niet volledig uitdrogen.
Is lampionplant winterhard?
Ja, lampionplant is goed winterhard. De bovengrondse delen sterven af, maar de ondergrondse wortelstokken lopen in het voorjaar opnieuw uit.
Is lampionplant wintergroen?
Nee, de plant verliest zijn blad en sterft bovengronds af. De verdroogde stengels met lampionnen kunnen echter nog enige tijd sierwaarde behouden.
Zijn de bessen van lampionplant giftig?
Onrijpe bessen en de overige plantendelen zijn schadelijk wanneer ze worden gegeten. Hoewel volledig rijpe vruchten volgens de RHS een uitzondering vormen, is het verstandig deze sierplant niet voor consumptie te gebruiken.
Hoe droog ik takken van lampionplant?
Knip de stengels zodra de lampionnen volledig oranje en nog stevig zijn. Verwijder het blad en hang de takken ondersteboven op een droge, donkere en goed geventileerde plaats.
14. Conclusie over lampionplant (Physalis alkekengi var. franchetii)
Lampionplant is een sterke vaste plant met een uitgesproken sierwaarde in de nazomer en herfst. De kleine zomerbloemen vallen nauwelijks op, maar ontwikkelen zich tot grote, papierachtige kelken met een feloranje kleur. Bovendien zijn de gedroogde takken geschikt voor bloemstukken, kransen en andere herfstdecoraties.
De plant groeit goed in de zon en halfschaduw en stelt weinig bijzondere eisen aan de bodem. Een humusrijke, vochthoudende en goed doorlatende grond geeft echter het beste resultaat. Op zo’n standplaats vormt de lampionplant stevige stengels en talrijke vruchten.
De sterke ondergrondse uitbreiding vraagt wel aandacht. Zonder begrenzing kan de plant andere vaste planten verdringen en steeds meer ruimte innemen. Plaats hem daarom in een groot plantvak, een ruime kuip of binnen een betrouwbare wortelbegrenzer.
Wie voldoende ruimte reserveert en de wortelstokken controleert, krijgt een opvallende herfstplant die jarenlang terugkomt. Vooral naast siergrassen en laatbloeiende vaste planten zorgen de oranje lampionnen voor een warm en herkenbaar accent.
Maak een schetsafspraak
Wilt u weten hoe lampionplant het beste in uw tuinontwerp of beplanting kan worden toegepast? Tijdens een afspraak met de Schetsservice ontvangt u persoonlijk en praktisch advies over de indeling van uw tuin en planten die passen bij uw wensen en de omstandigheden in uw tuin.
Maak dan een afspraak met de Schetsservice!