Tuinplantenoverzicht

Kleine maagdenpalm (Vinca minor)

  • Plantomschrijving
  • Details

Kleine maagdenpalm (Vinca minor) is een sterke, wintergroene bodembedekker met glanzend donkergroen blad en violetblauwe bloemen. De plant blijft laag, maar kan met zijn lange, kruipende stengels uiteindelijk een groot oppervlak bedekken. Daardoor groeit hij uitstekend onder bomen, tussen heesters en op andere plaatsen waar veel vaste planten moeite hebben.

De belangrijkste bloei valt in april en mei. Daarna verschijnen vaak tot in de nazomer nog verspreide bloemen. Bovendien behoudt kleine maagdenpalm zijn blad tijdens de winter. Zo zorgt de plant het hele jaar voor een rustige, groene ondergrond.

Hoewel Vinca minor veel omstandigheden verdraagt, groeit hij het mooist in humusrijke, goed doorlatende grond in lichte schaduw of halfschaduw. Een zonniger plek levert doorgaans meer bloemen op, mits de bodem niet uitdroogt. Houd daarnaast rekening met de groeikracht. De wortelende stengels kunnen kleinere of kwetsbare planten namelijk geleidelijk verdringen.


Maak een schetsafspraak

Wilt u kleine maagdenpalm gebruiken als wintergroene bodembedekker onder bomen, heesters of op een schaduwrijk talud? Een goed beplantingsplan houdt rekening met groeikracht, licht, bodem en passende combinatieplanten.

Maak dan een afspraak met de Schetsservice!


1. Herkomst en naamverklaring van kleine maagdenpalm (Vinca minor)

Kleine maagdenpalm komt van nature voor in grote delen van Europa en verder oostwaarts tot in de Kaukasus. De soort groeit vooral in loofbossen, langs bosranden, in struwelen en op beschaduwde hellingen. Daarbij heeft hij een voorkeur voor humusrijke, voedselrijke grond die niet langdurig uitdroogt.

In Nederland komt Vinca minor onder andere voor bij oude buitenplaatsen, landgoederen en historische boerderijen. De plant geldt daardoor als een kenmerkende stinsenplant. Mensen plantten hem daar eeuwenlang vanwege zijn wintergroene blad, geneeskundige reputatie en symbolische betekenis. Vervolgens verwilderde hij op verschillende plaatsen.

De naam Vinca is al sinds de klassieke oudheid in gebruik. Mogelijk hangt deze naam samen met het Latijnse woord vincire, dat ‘binden’ of ‘omwinden’ betekent. De lange, soepele stengels dienden vroeger namelijk voor kransen en vlechtwerk. De soortaanduiding minor betekent ‘kleiner’ en onderscheidt de plant van grote maagdenpalm (Vinca major).

De Nederlandse naam maagdenpalm verwijst waarschijnlijk naar het gebruik van de wintergroene ranken in kransen voor jonge, ongehuwde vrouwen. Daarnaast stond het blijvend groene blad symbool voor trouw en eeuwigheid. De toevoeging ‘kleine’ verwijst naar de kleinere bladeren en bloemen ten opzichte van Vinca major.

Kleine maagdenpalm behoort tot de maagdenpalmfamilie (Apocynaceae). Alle delen van de plant bevatten werkzame en giftige stoffen. Gebruik de plant daarom niet als huismiddel en voorkom dat kinderen of huisdieren ervan eten.


2. Algemene informatie over kleine maagdenpalm (Vinca minor)

Wetenschappelijke naam: Vinca minor
Nederlandse naam: kleine maagdenpalm
Plantenfamilie: Apocynaceae
Planttype: wintergroene, kruipende halfheester en bodembedekker
Herkomst botanische soort: Europa tot in de Kaukasus
Hoogte: ongeveer 10 tot 20 centimeter
Bladhoogte: ongeveer 5 tot 15 centimeter
Breedte: 50 tot 100 centimeter of meer
Plantdichtheid: circa 7 tot 9 planten per vierkante meter
Groeiwijze: laag, kruipend en matvormend met wortelende stengels
Groeisnelheid: gemiddeld tot snel
Standplaats: zon, halfschaduw of schaduw; in de zon alleen bij voldoende bodemvocht
Bodem: humusrijk, matig voedselrijk, vochthoudend en goed doorlatend
Zuurgraad: licht zuur tot kalkrijk
Blad: leerachtig, gaafrandig en glanzend
Bladkleur: donkergroen
Bladvorm en structuur: tegenoverstaand, elliptisch tot lancetvormig
Bloeiwijze: afzonderlijke bloemen in de bladoksels
Bloemkleur: violetblauw tot blauwpaars
Bloeiperiode: voornamelijk april en mei, vaak met nabloei tot september
Vruchten: twee smalle kokervruchten; vruchtvorming komt in tuinen weinig voor
Wintergroen: ja
Winterhardheid: goed winterhard in Nederland en België
Bijzonderheden: sterke bodembedekker, stinsenplant, giftig en geschikt voor droge schaduw zodra de plant goed is gevestigd


Bijzonder kenmerk

De kruipende stengels van kleine maagdenpalm kunnen op verschillende plaatsen wortels vormen zodra ze de bodem raken. Daardoor ontstaat vanuit één plant geleidelijk een dicht netwerk van verbonden scheuten. Het wintergroene bladerdek onderdrukt vervolgens veel kiemende onkruiden en beschermt de bodem tegen uitdroging en erosie.

Deze groeikracht is zowel een voordeel als een aandachtspunt. Op een talud, onder grote heesters of in een ruim plantvak vormt Vinca minor een betrouwbare bodembedekking. Tussen kleine, langzaam groeiende bosplanten kan hij echter te dominant worden. Een duidelijke begrenzing en regelmatige controle houden de beplanting daarom in evenwicht.


3. Uiterlijk en groeiwijze van kleine maagdenpalm (Vinca minor)

Kleine maagdenpalm groeit met twee soorten stengels. Korte, opgaande scheuten dragen de bloemen, terwijl lange, liggende stengels zich over de bodem verspreiden. Zodra deze kruipende scheuten de grond raken, kunnen ze op verschillende plaatsen wortelen. Daardoor ontstaat geleidelijk een dicht en samenhangend plantentapijt.

De plant wordt meestal 10 tot 20 centimeter hoog. De horizontale stengels kunnen echter aanzienlijk langer worden en vanuit één plant een breed oppervlak innemen. Hierdoor bedekt Vinca minor kale grond snel zodra de plant goed is aangeslagen. Bovendien onderdrukt het gesloten bladerdek veel kiemende onkruiden.

Jonge planten groeien aanvankelijk vrij rustig. Vervolgens neemt de groeisnelheid toe wanneer de wortels voldoende vocht en voedingsstoffen vinden. Vooral op humusrijke grond in lichte schaduw kan kleine maagdenpalm zich krachtig uitbreiden. Op droge of voedselarme plaatsen blijft het tapijt daarentegen losser.

De soepele stengels groeien over lage obstakels en kunnen langs een talud naar beneden hangen. Daarom is de plant bruikbaar op hellingen en onder brede heestergroepen. Houd echter rekening met aangrenzende borders en paden. Zonder begrenzing groeien de ranken namelijk gemakkelijk tussen andere vaste planten of over bestrating.


4. Blad en sierwaarde van kleine maagdenpalm (Vinca minor)

Het blad van kleine maagdenpalm staat in tegenoverstaande paren langs de stengels. De afzonderlijke bladeren zijn elliptisch tot smal eirond en ongeveer 2 tot 5 centimeter lang. Daarnaast hebben ze een gave rand, een korte bladsteel en een duidelijk zichtbare middennerf.

De bovenzijde is donkergroen en glanzend, terwijl de onderzijde lichter oogt. Door de leerachtige structuur blijft het blad meestal gedurende de gehele winter aanwezig. Daardoor biedt Vinca minor ook buiten de bloeiperiode kleur en bodembedekking. Vooral onder bladverliezende heesters vormt het groen een aantrekkelijk contrast met kale wintertakken.

Tijdens een strenge winter kunnen bladeren bruin worden of verschrompelen. Ook winterzon in combinatie met bevroren grond veroorzaakt soms schade. Meestal lopen de stengels in het voorjaar opnieuw uit. Knip lelijke delen daarom pas weg wanneer de nieuwe groei begint.

Het dichte bladerdek helpt de bodem beschaduwen en beperkt verdamping. Bovendien beschermt het taluds tegen oppervlakkige erosie. Een gesloten mat kan echter ook jonge, langzaam groeiende planten verdringen. Controleer daarom regelmatig of ranken buiten het toegewezen plantvak groeien. Knip overtollige scheuten vervolgens eenvoudig terug met een snoeischaar of scherpe kantensteker.


5. Bloei van kleine maagdenpalm (Vinca minor)

Kleine maagdenpalm bloeit hoofdzakelijk in april en mei. Daarna verschijnen vaak tot in augustus of september nog losse bloemen. Op een lichte standplaats bloeit de plant doorgaans rijker dan in diepe schaduw. Voldoende bodemvocht blijft daarbij belangrijk.

De bloemen staan afzonderlijk in de bladoksels op korte, opgerichte stelen. Elke bloem heeft vijf kroonbladen die aan de basis tot een smalle buis vergroeid zijn. De bloemslippen staan iets gedraaid, waardoor de bloem op een kleine propeller lijkt. Dit geeft Vinca minor zijn herkenbare uitstraling.

De botanische soort heeft meestal violetblauwe tot blauwviolette bloemen. Het hart is vaak iets lichter, terwijl fijne lijnen vanuit het midden over de kroonbladen lopen. De bloemen bereiken een doorsnede van ongeveer 2 tot 3 centimeter.

Na bestuiving kunnen twee smalle kokervruchten ontstaan. Toch vormt kleine maagdenpalm in tuinen meestal weinig vruchten en zaden. De plant verspreidt zich daarom vooral vegetatief via wortelende stengels. Cultivars met witte, donkerpaarse of dubbele bloemen behouden hun eigenschappen eveneens via deze manier van vermeerderen.


6. Standplaats en bodem voor kleine maagdenpalm (Vinca minor)

Kleine maagdenpalm groeit zowel in zon als in schaduw. Een plek in lichte schaduw of halfschaduw biedt echter de beste combinatie van gezonde groei en een rijke bloei. In diepe schaduw blijft het blad aantrekkelijk, maar verschijnen doorgaans minder bloemen. In de volle zon bloeit de plant rijker, mits de grond voldoende vocht bevat.

De soort stelt weinig eisen aan de bodem. Toch groeit Vinca minor het beste in humusrijke, matig voedselrijke en goed doorlatende grond. Zowel licht zure als kalkrijke bodems zijn geschikt. Zeer zware, voortdurend natte grond kan echter stengel- en wortelrot veroorzaken.

Verbeter droge zandgrond met compost of bladaarde. Daardoor houdt de bodem meer vocht vast. Maak verdichte kleigrond daarentegen luchtiger met organisch materiaal. Geef jonge planten tijdens het eerste groeiseizoen regelmatig water, zodat de kruipende stengels goed kunnen wortelen.

Eenmaal gevestigd verdraagt kleine maagdenpalm droge schaduw redelijk goed. Toch kan langdurige droogte leiden tot dof blad, kale stengels en minder bloemen. Geef daarom ook oudere planten water tijdens uitzonderlijk droge perioden. Breng eventueel in het voorjaar een dunne laag compost aan. Zo blijft de grond humusrijk zonder dat de plant overmatig wordt bemest.


7. Toepassing en combinaties met kleine maagdenpalm (Vinca minor)

Kleine maagdenpalm is geschikt als bodembedekker onder bomen, grote struiken en brede heestergroepen. Daarnaast kan de plant taluds, bermen en moeilijk bereikbare hoeken bedekken. Gebruik hem vooral waar zijn kruipende groei een voordeel vormt en waar voldoende ruimte beschikbaar is.

Combineer Vinca minor bij voorkeur met sterke planten die boven het lage bladerdek uitgroeien:

  • Eikenbladhortensia (Hydrangea quercifolia), voor stevige heestervormen, witte bloempluimen en een opvallende herfstkleur.
  • Koningsvaren (Osmunda regalis), voor grote, opgaande veren op een humusrijke en voldoende vochtige standplaats.
  • Breed klokje (Campanula latifolia), dat met hoge blauwe of witte bloemen boven het bladerdek uitkomt.
  • Gele wasbloem (Kirengeshoma palmata), vanwege het grote blad en de lichtgele bloemen in de nazomer.
  • Gewone salomonszegel (Polygonatum multiflorum), waarvan de gebogen stengels in het voorjaar boven de bodembedekker verschijnen.
  • Hartlelie (Hosta ‘Halcyon’), voor blauwgrijze bladeren die duidelijk contrasteren met het glanzende groen.
  • Boskortsteel (Brachypodium sylvaticum), voor een luchtige, grasachtige structuur op natuurlijke plekken.
  • Dichtersnarcis (Narcissus poeticus), die in het voorjaar door het bladerdek heen groeit en daarna ondergronds rust.
  • Herfstcyclaam (Cyclamen hederifolium), voor lage herfstbloei en gemarmerd blad tussen open delen van het plantvak.

Zet kleine, kwetsbare bosplanten niet midden in een gesloten mat. Houd rond hun groeiplaats voldoende vrije ruimte en verwijder binnendringende ranken tijdig.

Ontwerptip: gebruik kleine maagdenpalm in ruime, duidelijk begrensde plantvakken onder één of meerdere grote heesters. Laat het wintergroene tapijt tot aan een pad of harde borderrand groeien en knip het daar jaarlijks strak terug. Zo benut je de sterke bodembedekking zonder dat de plant de rest van de border overneemt.


8. Groei en onderhoud van kleine maagdenpalm (Vinca minor)

Kleine maagdenpalm vraagt weinig onderhoud zodra de planten een gesloten tapijt hebben gevormd. Geef nieuwe aanplant tijdens het eerste groeiseizoen regelmatig water. Daardoor kunnen de liggende stengels op meerdere plaatsen wortelen. Vervolgens verdraagt een gevestigde beplanting ook korte droge perioden.

Breng in het voorjaar eventueel een dunne laag compost tussen de planten aan. Extra bemesting is meestal niet nodig. Op voedselrijke grond kan Vinca minor namelijk zeer snel groeien, terwijl de hoeveelheid bloemen niet evenredig toeneemt.

Knip lange uitlopers terug zodra ze buiten het bedoelde plantvak groeien. Dit kan gedurende het gehele groeiseizoen. Bovendien kun je een verwilderde beplanting in maart met een heggenschaar of bosmaaier tot ongeveer 5 centimeter boven de grond terugsnoeien. Daarna verschijnt snel fris blad. Controleer vooraf wel of er geen voorjaarsbollen of dieren tussen de planten aanwezig zijn.

Verwijder afgevallen boomblad wanneer het in een dikke, natte laag op de maagdenpalm blijft liggen. Een dunne bladlaag verteert vanzelf en voedt de bodem. Een dik pakket kan daarentegen licht wegnemen en schimmelvorming bevorderen.

Kleine maagdenpalm kan lang op dezelfde plek blijven groeien. Toch vraagt de plant regelmatige begrenzing, vooral naast gazons, paden en vakken met kwetsbare vaste planten.


9. Vermeerdering van kleine maagdenpalm (Vinca minor)

Kleine maagdenpalm laat zich bijzonder eenvoudig vegetatief vermeerderen. De kruipende stengels maken namelijk vanzelf wortels waar ze de bodem raken. Snijd een goed geworteld deel los van de moederplant en plant dit vervolgens op de gewenste plaats. Geef daarna water totdat de jonge plant opnieuw groeit.

Daarnaast kun je in het voorjaar of vroege najaar delen van een gesloten mat uitsteken. Verdeel deze stukken in kleinere pollen met zowel wortels als gezonde scheuten. Plant ze direct opnieuw en houd de bodem tijdens de eerste weken gelijkmatig vochtig. Met deze methode kun je snel een groter oppervlak beplanten.

Stekken vormt eveneens een betrouwbare methode. Knip in de zomer jonge scheuten van ongeveer 8 tot 12 centimeter lang. Verwijder de onderste bladeren en plaats de stekken in luchtige stekgrond. Zet ze vervolgens in lichte schaduw en voorkom dat de grond uitdroogt. Na de beworteling kunnen de jonge planten afzonderlijk worden opgepot.

Vermeerdering uit zaad speelt in tuinen nauwelijks een rol. Vinca minor vormt niet altijd vruchten en de zaden kiemen onregelmatig. Bovendien behouden zaailingen van cultivars niet noodzakelijk dezelfde bladkleur of bloemkleur. Vegetatieve vermeerdering levert daarom sneller planten met voorspelbare eigenschappen op.


10. Verwante soorten en cultivars van kleine maagdenpalm (Vinca minor)

Van kleine maagdenpalm bestaan verschillende cultivars met afwijkende bloem- of bladkleuren. Daarnaast is grote maagdenpalm (Vinca major) als verwante soort verkrijgbaar. Deze groeit forser en is minder geschikt voor kleine plantvakken.

Een alfabetische selectie:

  • Grote maagdenpalm (Vinca major) heeft grotere bladeren, langere stengels en grotere violetblauwe bloemen.
  • Kleine maagdenpalm (Vinca minor ‘Alba’) bloeit wit en vormt een fris contrast op beschaduwde plaatsen.
  • Kleine maagdenpalm (Vinca minor ‘Atropurpurea’) heeft donker roodpaarse tot purperen bloemen.
  • Kleine maagdenpalm (Vinca minor ‘Aureovariegata’) draagt groen blad met onregelmatige geelachtige randen.
  • Kleine maagdenpalm (Vinca minor ‘Bowles’s Variety’) bloeit rijk met relatief grote, helder violetblauwe bloemen. ‘La Grave’ geldt als synoniem.
  • Kleine maagdenpalm (Vinca minor f. alba ‘Gertrude Jekyll’) heeft witte bloemen en een compacte groeiwijze.
  • Kleine maagdenpalm (Vinca minor ‘Illumination’) valt op door goudgeel blad met een groene rand en blauwe bloemen.
  • Kleine maagdenpalm (Vinca minor ‘Ralph Shugert’) combineert violetblauwe bloemen met witgerand groen blad.

Bonte cultivars groeien doorgaans minder krachtig dan de volledig groene soort. Bovendien kunnen geheel groene scheuten ontstaan. Verwijder deze direct, anders gaan ze het bontbladige deel geleidelijk overheersen.


11. Kleine maagdenpalm (Vinca minor) voor bijen en biodiversiteit

De bloemen van kleine maagdenpalm produceren nectar en trekken verschillende insecten aan. Vooral hommels en andere insecten met een voldoende lange tong kunnen de nectar onder in de smalle bloembuis bereiken. Daarnaast bezoeken sommige bijen de bloemen voor stuifmeel.

De hoofdbloei in april en mei valt samen met een belangrijke periode voor veel insecten. Toch vormt Vinca minor geen volledige voedselvoorziening. Een groot, gesloten vak levert immers slechts gedurende een beperkt deel van het jaar bloemen. Combineer de plant daarom met soorten die eerder en later bloeien.

Het wintergroene bladerdek biedt kleine bodemdieren beschutting en beschermt de grond tegen uitdroging. Bovendien beperkt de plant erosie op hellingen. Daar staat tegenover dat een zeer dichte mat andere kruiden kan verdringen. Daardoor neemt de plaatselijke plantenvariatie juist af wanneer kleine maagdenpalm onbeperkt mag uitbreiden.

Laat daarom ruimte vrij voor andere bosrandplanten en voorjaarsbollen. Geschikte aanvullingen zijn vingerhelmbloem (Corydalis solida), boshyacint (Hyacinthoides non-scripta), gevlekt longkruid (Pulmonaria officinalis) en gewone salomonszegel (Polygonatum multiflorum).

Biodiversiteitstip: gebruik kleine maagdenpalm niet als één ononderbroken tapijt door de hele tuin. Verdeel hem over begrensde vakken en wissel deze af met groepen vroeg- en zomerbloeiende planten. Zo blijft de wintergroene bodembedekking behouden, terwijl insecten een gevarieerder voedselaanbod vinden.


12. Problemen en ziekten bij kleine maagdenpalm (Vinca minor)

Kleine maagdenpalm is doorgaans sterk en gezond. Toch kunnen schimmelziekten optreden wanneer de planten langdurig nat blijven en weinig lucht krijgen. Bruine bladvlekken, afstervende scheuten of een zachte stengelbasis wijzen mogelijk op blad-, stengel- of wortelrot.

Knip aangetaste delen ruim terug en voer ze af met het restafval. Geef vervolgens alleen water bij de bodem en verbeter waar nodig de afwatering. Dun een zeer dichte beplanting bovendien uit, zodat het blad na regen sneller opdroogt.

Droogte veroorzaakt dof, slap of bruin blad. Vooral jonge planten en exemplaren onder grote bomen kunnen last krijgen van wortelconcurrentie. Geef tijdens langdurige droogte daarom langzaam en ruim water. Een laag compost helpt vervolgens om het bodemvocht langer vast te houden.

Bladluizen komen soms op jonge scheuten voor. Meestal veroorzaken ze weinig blijvende schade. Ook slakken kunnen jong blad aanvreten, hoewel het stevige, leerachtige blad van oudere planten minder aantrekkelijk is.

De sterke uitbreiding vormt vaak het grootste praktische probleem. Uitlopers wortelen tussen andere vaste planten en zijn later lastig volledig te verwijderen. Controleer daarom minimaal tweemaal per jaar de begrenzing en trek ongewenste stengels met wortels uit de grond.


13. Veelgestelde vragen over kleine maagdenpalm (Vinca minor)

Is kleine maagdenpalm wintergroen?

Ja. Vinca minor behoudt meestal het hele jaar zijn bladeren. Tijdens een strenge winter kan het blad echter bruin of dof worden.

Wanneer bloeit kleine maagdenpalm?

De belangrijkste bloeiperiode valt in april en mei. Vervolgens verschijnen vaak tot in de nazomer nog verspreide bloemen.

Kan kleine maagdenpalm in diepe schaduw groeien?

Ja, maar de plant bloeit daar minder rijk. Lichte schaduw of halfschaduw levert doorgaans de beste combinatie van bladgroei en bloei.

Kan kleine maagdenpalm in de volle zon staan?

Ja, mits de bodem voldoende vocht vasthoudt. Op een hete, droge plek kan het blad verbleken of verdrogen.

Hoe snel breidt kleine maagdenpalm zich uit?

Na een rustige start kan de plant zich snel met wortelende stengels verspreiden. Op humusrijke, licht vochtige grond ontstaat binnen enkele jaren een gesloten tapijt.

Hoeveel kleine maagdenpalm heb ik per vierkante meter nodig?

Gebruik ongeveer zeven tot negen planten per vierkante meter. Met meer planten sluit het vak sneller, maar stijgen ook de aanlegkosten.

Kan kleine maagdenpalm andere planten overgroeien?

Ja. De kruipende stengels kunnen lage en langzaam groeiende vaste planten verdringen. Combineer hem daarom met robuuste, hoger groeiende soorten.

Wanneer mag ik kleine maagdenpalm snoeien?

Uitlopers kun je gedurende het groeiseizoen terugknippen. Een oud of rommelig plantvak kun je het beste in maart stevig terugsnoeien.

Is kleine maagdenpalm giftig?

Ja. Alle delen van Vinca minor bevatten giftige stoffen. Eet de plant daarom niet en houd rekening met kinderen en huisdieren.

Wat is het verschil tussen kleine en grote maagdenpalm?

Kleine maagdenpalm heeft kleiner blad, kortere stengels en een lagere groeiwijze. Grote maagdenpalm (Vinca major) groeit forser en is doorgaans iets minder winterhard.


14. Conclusie over kleine maagdenpalm (Vinca minor)

Kleine maagdenpalm is een sterke, wintergroene bodembedekker voor zon, halfschaduw en schaduw. De glanzende bladeren zorgen het hele jaar voor structuur, terwijl de violetblauwe bloemen vooral in april en mei kleur toevoegen.

De plant groeit op uiteenlopende grondsoorten. Toch ontwikkelt Vinca minor zich het beste in humusrijke, goed doorlatende grond die niet langdurig uitdroogt. Eenmaal gevestigd verdraagt de plant ook droge schaduw redelijk goed.

Zijn groeikracht vraagt echter aandacht. De wortelende stengels kunnen buiten het plantvak groeien en kwetsbare planten verdringen. Gebruik kleine maagdenpalm daarom vooral in ruime, duidelijk begrensde vakken onder bomen, heesters of op taluds. Regelmatig terugknippen houdt de beplanting vervolgens beheersbaar.

Door de plant te combineren met stevige varens, bloembollen en hoger groeiende bosrandplanten ontstaat een gelaagde beplanting. Zo levert kleine maagdenpalm niet alleen betrouwbare bodembedekking, maar ook wintergroen, voorjaarskleur en beschutting voor kleine tuindieren.


Maak een schetsafspraak

Wilt u kleine maagdenpalm gebruiken zonder dat hij andere planten gaat overheersen? Een doordacht beplantingsplan bepaalt waar deze sterke bodembedekker het beste tot zijn recht komt.

Maak dan een afspraak met de Schetsservice!

Plantcategorie Sierheester
Plantgebruik: Bodembedekker,Cottagetuin,Heidetuin,Jaren-dertigtuin,Moderne tuin,Patiotuin,Rotstuin,Taludbeplanting
Nederlandse naam: Kleine maagdenpalm
Plantenherkomst: Europa
Grondsoort: klei,veen,bodemvaag
Lichtbehoefte: halfschaduw,schaduw
Bloeikleur: paars
Bloeiperiode: voorjaar
Planthoogte: 0.10-0.20 m
Bloemgeur: nee
Bladkleur: groen
Bladgrootte: klein 0-5 cm
Wintergroen: ja
Herfstkleur: nee
Aantrekkelijk voor vogels: nee
Aantrekkelijk voor bijen, hommels en vlinders: ja
Winterhard: ja
Giftig voor mens en dier: ja
Plantbeschrijving : Kleine maagdenpalm (Vinca minor) is een sterke, wintergroene bodembedekker met glanzend donkergroen blad en violetblauwe bloemen.
Mestbehoefte: jaarlijks mesten
Vochtbehoefte: droog
Windbeschutting gewenst: nee
Aantal per m2: 9