Japanse esdoorn (Acer palmatum 'Shaina')
- Plantomschrijving
- Details
Japanse esdoorn (Acer palmatum ‘Shaina’). ‘Shaina’ is een compacte, langzaam groeiende cultivar met dicht opeenstaand rood blad. Daardoor is deze Japanse esdoorn bijzonder geschikt voor kleinere tuinen en plantenbakken.
Japanse esdoorn (Acer palmatum ‘Shaina’) vormt aanvankelijk een smalle, opgaande struik. Later ontwikkelt hij echter een bredere en meer afgeronde kroon. Het jonge blad loopt helder rood uit, waarna het in de zomer donkerrood tot purperrood kleurt. Vervolgens sluit de plant het groeiseizoen af met een opvallende scharlakenrode herfstkleur.
Door zijn compacte groeiwijze past deze Japanse esdoorn goed in een voortuin, kleine stadstuin of Japanse tuin. Daarnaast vormt hij een sterk kleuraccent in een gemengde heesterborder. Ook in een ruime plantenbak komt het karakteristieke blad mooi tot zijn recht.
Kies bij voorkeur een beschutte plaats met zon of lichte halfschaduw. Bescherm de plant bovendien tegen harde wind en felle middagzon. Zo voorkomt u dat de dunne bladranden tijdens warme en droge perioden verdrogen.
Maak een schetsafspraak
Heeft u hulp nodig bij het maken van een tuinontwerp en/of het samenstellen van een beplantingsplan? Maak dan een afspraak met de Schetsservice!
1. Herkomst en naamverklaring van Japanse esdoorn (Acer palmatum ‘Shaina’)
De botanische soort Acer palmatum komt van nature voor in Oost-Azië, vooral in Japan en Korea. Daar groeit de soort onder meer in lichte bossen en langs bosranden. Bovendien kent de Japanse esdoorn in Japan een lange cultuurgeschiedenis. Kwekers selecteren de soort daar al eeuwen vanwege zijn sierlijke groeiwijze, bijzondere bladvormen en opvallende herfstkleuren.
De geslachtsnaam Acer is de Latijnse naam voor esdoorn. Het woord kan worden verbonden met de betekenis ‘scherp’ of ‘puntig’. Daarmee verwijst de naam waarschijnlijk naar de spitse bladlobben of naar het harde hout dat vroeger voor speren werd gebruikt.
De soortaanduiding palmatum betekent ‘handvormig’. Deze naam verwijst daarom naar het blad, waarvan de lobben zich als vingers vanuit één centraal punt verspreiden. Juist deze herkenbare bladvorm geeft Japanse esdoorns hun verfijnde uitstraling.
‘Shaina’ ontstond als een zogenoemde heksenbezemmutatie op een roodbladige Japanse esdoorn. Daarbij ontwikkelde zich plaatselijk een opvallend compacte en sterk vertakte groei. Vervolgens werd deze afwijkende tak vegetatief vermeerderd en als afzonderlijke cultivar in cultuur gebracht. In de literatuur wordt ‘Bloodgood’ vaak als moederplant genoemd, hoewel sommige bronnen algemener spreken over een roodbladige vorm van Acer palmatum.
De naam ‘Shaina’ is een cultivarnaam en wordt daarom met een hoofdletter en tussen enkele aanhalingstekens geschreven. De naam krijgt geen cursieve opmaak. De volledige correcte schrijfwijze luidt dus Acer palmatum ‘Shaina’.
2. Algemene informatie over Japanse esdoorn (Acer palmatum ‘Shaina’)
Wetenschappelijke naam: Acer palmatum ‘Shaina’
Actuele RHS-notatie: Acer palmatum ‘Shaina’
Nederlandse naam: Japanse esdoorn ‘Shaina’
Plantenfamilie: Sapindaceae
Planttype: Bladverliezende sierheester of kleine boom
Herkomst botanische soort: Oost-Azië, vooral Japan en Korea
Herkomst cultivar: Selectie uit een heksenbezemmutatie van een roodbladige Japanse esdoorn
Hoogte: Uiteindelijk ongeveer 2 tot 3 meter
Breedte: Uiteindelijk ongeveer 1,5 tot 2,5 meter
Plantdichtheid: Bij voorkeur solitair toepassen; bij groepsbeplanting circa 1 plant per 2 tot 4 m²
Groeiwijze: Compact, dicht vertakt, aanvankelijk smal opgaand en later meer afgerond
Groeisnelheid: Langzaam
Standplaats: Zon tot lichte halfschaduw, bij voorkeur beschut tegen harde wind en felle middagzon
Bodem: Humusrijk, vochthoudend en tegelijkertijd goed doorlatend
Zuurgraad: Licht zuur tot neutraal
Blad: Handvormig en meestal vijf- tot zevenlobbig
Bladkleur: Helderrood in het voorjaar, donkerrood tot purperrood in de zomer en scharlakenrood in de herfst
Bladvorm en structuur: Relatief klein, diep gelobd en dicht opeenstaand aan korte scheuten
Bloeiwijze: Kleine, hangende bloemschermen
Bloemkleur: Roodachtig tot purperrood
Bloeiperiode: April en mei
Vruchten: Gevleugelde nootvruchten, ook wel samara’s genoemd
Wintergroen: Nee
Winterhardheid: Goed winterhard, maar jonge planten en potplanten vragen bescherming tegen strenge vorst en uitdrogende wind
Bijzonderheden: Compacte cultivar met dicht opeenstaand rood blad en een bijzonder krachtige herfstkleur
Bijzonder kenmerk
Het bijzondere kenmerk van Japanse esdoorn (Acer palmatum ‘Shaina’) is de combinatie van een compacte groei en een langdurig rode bladkleur. Veel roodbladige Japanse esdoorns groeien uiteindelijk uit tot brede struiken of kleine bomen. ‘Shaina’ blijft daarentegen duidelijk compacter en groeit bovendien langzaam.
Het blad verschijnt in het voorjaar helder tot karmijnrood. Vervolgens kleurt het tijdens de zomer donkerrood tot purperrood. In de herfst wordt de kleur opnieuw helderder en verandert het blad uiteindelijk in intens scharlakenrood. Daardoor levert de plant bijna het volledige groeiseizoen een opvallend kleuraccent.
Daarnaast staan de bladeren dicht opeen aan korte scheuten. Hierdoor ontstaan karakteristieke bladpluimen en krijgt de kroon een volle, bijna getufte structuur. Vooral bij tegenlicht vallen de verschillende roodtinten en de fijne nervatuur mooi op.
Dankzij deze eigenschappen kan ‘Shaina’ ook in een kleine tuin als blikvanger dienen. Plaats de struik bijvoorbeeld tegen een rustige groene achtergrond of naast planten met frisgroen, geelgroen of blauwgroen blad. Daardoor komt de diepe bladkleur nog sterker naar voren.
3. Uiterlijk en groeiwijze van Japanse esdoorn (Acer palmatum ‘Shaina’)
Japanse esdoorn (Acer palmatum ‘Shaina’) groeit uit tot een compacte, dicht vertakte struik of kleine boom. Jonge planten hebben meestal een smalle en vrij opgaande vorm. Naarmate de plant ouder wordt, groeit de kroon echter geleidelijk breder en ronder.
De cultivar groeit langzaam en bereikt uiteindelijk een hoogte van ongeveer 2 tot 3 meter. De breedte blijft doorgaans beperkt tot ongeveer 1,5 tot 2,5 meter. Daardoor past ‘Shaina’ beter in een kleine tuin dan veel sterker groeiende Japanse esdoorns. Toch hangen de uiteindelijke afmetingen mede af van de bodem, standplaats en leeftijd.
De korte scheuten staan dicht bij elkaar. Bovendien bevinden de bladeren zich vaak in compacte groepjes aan de uiteinden van de twijgen. Hierdoor krijgt de kroon een volle en licht getufte structuur. Juist deze compacte groei onderscheidt ‘Shaina’ van grotere roodbladige cultivars.
De jonge twijgen zijn slank en roodbruin tot bruin van kleur. Later ontwikkelt zich een gladde, grijsbruine bast. De stam en hoofdtakken blijven echter relatief fijn. Daardoor behoudt de plant zijn sierlijke uitstraling, zelfs wanneer hij ouder wordt.
‘Shaina’ wordt regelmatig geënt op een onderstam van Acer palmatum. Soms bieden kwekers de cultivar bovendien aan als halfstam of hoogstam. De hoogte van de stam verandert dan niet meer. Alleen de kroon groeit verder, waardoor een compact boompje met een dichte, afgeronde kroon ontstaat.
Laat de natuurlijke groeiwijze zo veel mogelijk intact. Sterke vormsnoei verstoort namelijk gemakkelijk de karakteristieke vertakking. Bovendien reageert een Japanse esdoorn niet altijd goed op het verwijderen van dikke takken. Kies daarom bij voorkeur direct een plantvorm die past bij de beschikbare ruimte.
4. Blad van Japanse esdoorn (Acer palmatum ‘Shaina’)
Het blad vormt de belangrijkste sierwaarde van Japanse esdoorn (Acer palmatum ‘Shaina’). De bladeren staan tegenover elkaar aan de twijgen. Ze zijn handvormig en meestal verdeeld in vijf tot zeven spitse lobben.
De bladlobben zijn duidelijk ingesneden, maar niet zo diep en fijn verdeeld als bij cultivars uit de Dissectum Group. Daardoor blijft de handvorm goed herkenbaar. Bovendien ogen de bladeren steviger en compacter dan het kantachtige blad van veel treurvormen.
In het voorjaar loopt het jonge blad helder karmijnrood tot felrood uit. Vervolgens verandert de kleur geleidelijk in donkerrood, wijnrood of purperrood. Op een geschikte standplaats behoudt de plant deze donkere kleur gedurende een groot deel van de zomer.
De hoeveelheid licht beïnvloedt de bladkleur. In te diepe schaduw kan het blad namelijk groener worden. Op een zeer zonnige en droge plaats kunnen de bladranden daarentegen verbranden. Een plek met ochtendzon, gefilterd licht of lichte halfschaduw biedt daarom vaak de beste balans tussen een krachtige kleur en gezond blad.
In de herfst verandert de donkere zomerkleur opnieuw. Het blad krijgt dan heldere scharlakenrode tot karmijnrode tinten. Daardoor vormt ‘Shaina’ aan het einde van het groeiseizoen nogmaals een opvallend accent.
Na de herfstverkleuring valt het blad af. Toch blijft de fijn vertakte kroon ook in de winter herkenbaar. Bovendien ontstaat dan een goed zicht op de compacte takstructuur van de plant.
De dunne bladeren verliezen relatief snel vocht. Bescherm de Japanse esdoorn daarom tegen droge oostenwind, felle middagzon en hitte die vanaf bestrating of een muur wordt teruggekaatst. Geef tijdens langdurige droogte bovendien voldoende water, zodat de bladranden niet uitdrogen.
5. Bloei van Japanse esdoorn (Acer palmatum ‘Shaina’)
Japanse esdoorn (Acer palmatum ‘Shaina’) bloeit doorgaans in april en mei. De kleine bloemen verschijnen tijdens of kort na het uitlopen van het blad. Daardoor vallen ze tussen het rode voorjaarsblad nauwelijks op.
De bloemen staan in kleine, hangende schermen. Ze zijn roodachtig tot purperrood en hebben soms geelgroene details. Hoewel de afzonderlijke bloemen bescheiden blijven, passen ze mooi bij de warme bladkleur.
Bij gunstig weer bezoeken kleine insecten de bloemen voor nectar en stuifmeel. De bloei levert daardoor enige ecologische waarde. Toch vormt ‘Shaina’ geen belangrijke drachtplant, omdat het aantal en de omvang van de bloemen beperkt blijven.
Na bestuiving kunnen gevleugelde nootvruchten ontstaan. Deze vruchten worden samara’s genoemd en bestaan bij esdoorns uit twee met elkaar verbonden vleugels. Tijdens het rijpen veranderen ze doorgaans van roodachtig naar bruin.
De vruchtvorming blijft bij jonge of gesnoeide planten soms beperkt. Bovendien kan de hoeveelheid vruchten per jaar verschillen. De sierwaarde van ‘Shaina’ berust daarom vooral op de compacte groeiwijze en de opeenvolgende rode bladkleuren.
Zaailingen behouden niet vanzelf de eigenschappen van de cultivar. Ze kunnen daardoor anders groeien of een afwijkende bladkleur ontwikkelen. Kwekers vermeerderen ‘Shaina’ daarom voornamelijk door enten.
6. Standplaats en bodem voor Japanse esdoorn (Acer palmatum ‘Shaina’)
Japanse esdoorn (Acer palmatum ‘Shaina’) groeit het beste op een lichte, beschutte standplaats. Ochtendzon, gefilterd zonlicht of lichte halfschaduw is doorgaans ideaal. De plant ontvangt daar voldoende licht voor een goede bladkleur, terwijl het blad minder snel verbrandt.
Een plek in de volle zon is mogelijk wanneer de bodem voldoende vochtig blijft. Toch kan felle middagzon tijdens warme zomerdagen schade veroorzaken. Vooral jonge planten en exemplaren in een pot zijn daarvoor gevoelig. Plaats de plant daarom liever niet direct voor een warme muur of tussen sterk opwarmende bestrating.
Beschutting tegen harde wind is eveneens belangrijk. Wind vergroot namelijk de verdamping en beschadigt soms de fijne bladeren. Bovendien kunnen late nachtvorsten het jonge voorjaarsblad aantasten. Een standplaats bij hogere heesters, een haag of een halfopen schutting biedt daarom vaak voldoende bescherming.
De bodem moet humusrijk, luchtig en goed doorlatend zijn. Tegelijkertijd moet de grond voldoende vocht kunnen vasthouden. Een losse zandgrond droogt namelijk snel uit, terwijl zware kleigrond gemakkelijk te nat blijft.
Verbeter arme zandgrond met compost, bladaarde of goed verteerde organische stof. Daardoor houdt de bodem meer vocht en voedingsstoffen vast. Maak zware grond daarentegen luchtiger en zorg dat overtollig regenwater kan wegstromen. Plant de kluit bovendien niet dieper dan hij in de kweekpot stond.
Een licht zure tot neutrale bodem past het beste bij deze Japanse esdoorn. Zeer kalkrijke grond kan de opname van bepaalde voedingsstoffen bemoeilijken. Hierdoor kan het blad lichter of gelig worden. Gebruik daarom liever geen kalk rond de plant.
Bedek de wortelzone eventueel met een dunne laag bladaarde of fijn verteerde boomschors. Deze mulchlaag beperkt de verdamping en beschermt de oppervlakkige wortels. Houd het materiaal echter enige afstand van de stam, zodat de stamvoet droog en luchtig blijft.
Geef na het planten ruim water. Controleer vervolgens tijdens het eerste groeiseizoen regelmatig het bodemvocht. Ook een gevestigde plant heeft tijdens langdurige droogte extra water nodig. Geef bij voorkeur in één keer voldoende water, zodat het vocht dieper in de bodem dringt.
‘Shaina’ groeit ook goed in een ruime plantenbak. Kies daarvoor een vorstbestendige pot met voldoende afvoergaten. Gebruik bovendien kwalitatieve potgrond met een luchtige structuur. Omdat een potkluit sneller uitdroogt, vraagt een kuipplant wel vaker water dan een exemplaar in de volle grond.
7. Toepassing en combinaties met Japanse esdoorn (Acer palmatum ‘Shaina’)
Door zijn compacte groeiwijze past Japanse esdoorn (Acer palmatum ‘Shaina’) in zowel kleine als grotere tuinen. Gebruik hem bijvoorbeeld als solitaire blikvanger in een voortuin, patio of beschutte stadstuin. Daarnaast komt de plant goed tot zijn recht in een Japanse tuin, bostuin of moderne tuin met een rustige beplanting.
De donkere bladkleur vraagt om een zorgvuldig gekozen achtergrond. Tegen een donkere haag kan de plant namelijk gedeeltelijk wegvallen. Combineer ‘Shaina’ daarom bij voorkeur met frisgroene, geelgroene of blauwgroene bladeren. Ook een lichte muur of een rustige ondergrond van grind versterkt het silhouet.
Plaats de Japanse esdoorn niet midden in een druk mengsel van veel verschillende bladkleuren. De bijzondere vorm en kleur komen beter tot hun recht wanneer rond de plant voldoende ruimte blijft. Herhaal daarnaast enkele kleuren of bladvormen elders in de border, zodat een samenhangend geheel ontstaat.
Geschikte combinaties zijn onder meer:
- Japanse regenboogvaren (Athyrium niponicum ‘Pictum’) – Het zilvergrijze blad met purperrode nerven sluit aan bij de rode tinten van ‘Shaina’. Bovendien groeit deze varen goed op een humusrijke plek in lichte halfschaduw.
- Kaukasisch vergeet-mij-nietje (Brunnera macrophylla ‘Jack Frost’) – Het zilverkleurige blad vormt een helder contrast met het donkerrode esdoornblad. Daarnaast zorgen de blauwe voorjaarsbloemen voor een koel kleuraccent.
- Japanse zegge (Carex morrowii ‘Ice Dance’) – De smalle, groen-wit gerande bladeren maken de beplanting lichter. Tegelijkertijd benadrukt de rustige, overhangende groei de compacte vorm van de Japanse esdoorn.
- Japanse sierkwee (Chaenomeles japonica) – De vroege bloemen voegen in het voorjaar extra kleur toe. Kies echter een lage cultivar en houd voldoende afstand, zodat beide struiken hun natuurlijke vorm behouden.
- Witte kornoelje (Cornus alba ‘Sibirica’) – De rode wintertakken sluiten aan bij de bladkleur van ‘Shaina’. Bovendien blijft de combinatie ook na de bladval aantrekkelijk. De kornoelje vraagt door zijn sterkere groei wel regelmatig ruimtebeheer.
- Schildvaren (Dryopteris filix-mas) – Het frisgroene varenblad vormt een natuurlijk contrast met het rode esdoornblad. Daardoor past deze combinatie goed in een bostuin of schaduwrijke border.
- Japans berggras (Hakonechloa macra ‘Aureola’) – Het geelgroene, overhangende blad licht de voet van de Japanse esdoorn op. Bovendien bewegen de fijne bladeren sierlijk in de wind.
- Purperklokje (Heuchera ‘Lime Marmalade’) – Het heldere geelgroene blad contrasteert sterk met de donkere kroon. Gebruik deze combinatie vooral op een plek zonder felle middagzon.
- Hartlelie (Hosta ‘Halcyon’) – Het blauwgroene blad brengt rust en vormt een krachtig kleurcontrast. Daarnaast vult de brede bladvorm de fijner gelobde esdoornbladeren mooi aan.
- Schaduwkruid (Pachysandra terminalis) – Deze lage, wintergroene bodembedekker kan onder een oudere esdoorn een rustig groen vlak vormen. Plant hem echter niet direct tegen de stam.
- Rotsheide (Pieris japonica ‘Forrest Flame’) – Het rooduitlopende blad matcht met de kleur van ‘Shaina’. Bovendien blijven beide planten compact en waarderen ze een humusrijke, lichtzure bodem.
- Daglelie (Hemerocallis ‘Corky’) – Het smalle groene blad vormt een rustig contrast, terwijl de kleine gele bloemen een helder zomeraccent geven. Plaats de daglelie aan de zonnigere rand van de beplanting.
In een plantenbak kan ‘Shaina’ als afzonderlijk accent worden gebruikt. Een rustige onderbeplanting van Japans berggras, Japanse zegge of een compacte varen verzacht daarbij de rand van de pot. Gebruik echter niet te veel verschillende planten, want de beperkte wortelruimte veroorzaakt anders snel concurrentie om water.
Combineer de Japanse esdoorn bovendien niet met zeer sterk groeiende bodembedekkers of oppervlakkig wortelende heesters. Deze planten concurreren met de fijne wortels van de esdoorn. Houd daarom rond een jong exemplaar voldoende open grond en breng eventueel een dunne mulchlaag aan.
Een goede toepassing laat zowel de compacte kroon als de veranderende bladkleur zien. Plaats ‘Shaina’ daarom op een punt dat vanuit meerdere richtingen zichtbaar is. Zo vormt de plant van het helderrode voorjaar tot de scharlakenrode herfst een herkenbaar accent in het tuinontwerp.
8. Groei en onderhoud van Japanse esdoorn (Acer palmatum ‘Shaina’)
Japanse esdoorn (Acer palmatum ‘Shaina’) groeit langzaam en vraagt daardoor weinig onderhoud. De plant behoudt van nature een compacte, dicht vertakte vorm. Regelmatige vormsnoei is daarom niet nodig en kan het karakteristieke silhouet zelfs verstoren.
Houd de bodem vooral tijdens de eerste jaren gelijkmatig vochtig. Geef daarom extra water tijdens warme en droge perioden. Laat de grond tussen twee gietbeurten enigszins opdrogen, maar voorkom dat de wortelkluit volledig uitdroogt. Langdurig natte grond veroorzaakt daarentegen zuurstofgebrek rond de wortels.
Gebruik bij voorkeur regenwater. Leidingwater bevat in sommige regio’s namelijk veel kalk. Daardoor kan de zuurgraad van de bodem geleidelijk veranderen. Bovendien kan kalkrijk gietwater bij langdurig gebruik de opname van bepaalde voedingsstoffen bemoeilijken.
Breng in het voorjaar een dunne laag bladaarde, compost of fijn verteerde boomschors aan. Deze mulchlaag vermindert de verdamping en beschermt tegelijkertijd de oppervlakkige wortels. Houd het materiaal echter enkele centimeters van de stam, zodat de stamvoet droog blijft.
Een bescheiden voorjaarsbemesting is meestal voldoende. Gebruik daarvoor een organische meststof voor heesters of zuurminnende planten. Geef echter niet te veel stikstof, want daardoor ontstaan lange, zachte scheuten die minder goed passen bij de compacte groeiwijze. Bovendien worden dergelijke scheuten gevoeliger voor vorst en windschade.
Snoei alleen wanneer takken dood, beschadigd of storend zijn. Verwijder kleine takken bij voorkeur in de zomer, wanneer de sapstroom minder krachtig is. Vermijd daarentegen snoei in het vroege voorjaar, omdat esdoorns dan sterk kunnen bloeden.
Knip nooit zonder noodzaak dikke hoofdtakken weg. Grote snoeiwonden herstellen namelijk langzaam en verstoren de natuurlijke kroonvorm. Wilt u een tak verwijderen, knip deze dan zorgvuldig bij de takkraag af zonder de stam te beschadigen.
Controleer bij geënte exemplaren regelmatig de stam en de voet van de plant. Scheuten die onder de entplaats ontstaan, behoren namelijk tot de onderstam. Verwijder deze scheuten daarom zo dicht mogelijk bij hun oorsprong.
Een exemplaar in een pot vraagt vaker water en voeding dan een plant in de volle grond. Geef daarom tijdens warme zomerdagen regelmatig water. Voeg bovendien in het voorjaar een kleine hoeveelheid langzaam werkende meststof toe. Verpot de plant om de drie tot vijf jaar of vervang een deel van de oude potgrond.
Bescherm een pot tijdens strenge vorst met jute, noppenfolie of een isolerende hoes. Zet de pot daarnaast op houten blokjes of potvoeten, zodat overtollig water kan wegstromen. Zo voorkomt u zowel vorstschade als een langdurig natte wortelkluit.
9. Vermeerderen van deze Japanse esdoorn
Japanse esdoorn (Acer palmatum ‘Shaina’) kan niet betrouwbaar door zaaien worden vermeerderd. Zaailingen erven namelijk niet automatisch de compacte groeiwijze en de karakteristieke rode bladkleur. Daarom gebruiken professionele kwekers vooral de entmethode.
Bij enten wordt een scheut van ‘Shaina’ op een jonge onderstam van Acer palmatum geplaatst. Vervolgens groeien beide delen aan elkaar vast. De bovenste scheut vormt daarna de kroon, terwijl de onderstam voor het wortelstelsel zorgt.
Deze vermeerderingsmethode vraagt nauwkeurig werk en gecontroleerde omstandigheden. Bovendien moet de kweker voorkomen dat de ent uitdroogt of wordt afgestoten. Daarom is enten voor particuliere tuiniers doorgaans lastiger dan voor gespecialiseerde kwekers.
Stekken wortelen bij Japanse esdoorns vaak moeilijk. Toch kunnen ervaren liefhebbers in de vroege zomer proberen om jonge, half verhoute scheuten te stekken. Gebruik daarvoor een luchtig mengsel van potgrond, zand en perliet. Houd vervolgens de luchtvochtigheid hoog en bescherm de stekken tegen direct zonlicht.
Zelfs onder gunstige omstandigheden blijft het slagingspercentage bij stekken beperkt. Bovendien ontwikkelen jonge stekplanten soms een minder krachtig wortelstelsel dan geënte exemplaren. Koop daarom bij voorkeur een gezond, goed vertakt exemplaar bij een gespecialiseerde kweker.
Afleggen biedt soms een eenvoudiger alternatief. Buig daarvoor een lage, soepele tak naar de grond en beschadig de bast aan de onderzijde licht. Zet dit gedeelte vervolgens vast in luchtige grond en houd de plek gelijkmatig vochtig.
Na één of meerdere groeiseizoenen kunnen op het bedekte deel wortels ontstaan. Scheid de tak echter pas van de moederplant wanneer zich voldoende wortels hebben gevormd. Ook deze methode vraagt geduld en levert niet altijd resultaat op.
Zaaien blijft wel interessant wanneer u wilt experimenteren met nieuwe vormen. Verzamel daarvoor rijpe samara’s in de herfst en geef de zaden een koudeperiode. Houd er echter rekening mee dat de nakomelingen sterk kunnen verschillen van ‘Shaina’.
10. Soorten en cultivars van Japanse esdoorn (Acer palmatum ‘Shaina’)
Naast ‘Shaina’ zijn er heel veel verschillende Japanse esdoorns verkrijgbaar bij Nederlandse en Belgische kwekerijen. De onderstaande selectie staat alfabetisch en bevat cultivars met uiteenlopende groeiwijzen en bladkleuren.
- Acer palmatum ‘Bloodgood’ – Deze krachtige, opgaande cultivar heeft donker roodpurper blad. In de herfst verandert de kleur bovendien in helder scharlakenrood. ‘Bloodgood’ groeit uiteindelijk veel groter dan ‘Shaina’ en vraagt daarom meer ruimte.
- Acer palmatum ‘Butterfly’ – Het grijsgroene blad heeft een onregelmatige crème-witte rand die in het voorjaar vaak roze kleurt. Daardoor vormt deze cultivar een opvallend contrast met donkere heesters. Plaats hem bij voorkeur in lichte halfschaduw, omdat het bonte blad gevoelig is voor verbranding.
- Acer palmatum Dissectum Group ‘Garnet’ – Deze langzaam groeiende Japanse esdoorn heeft diep ingesneden, donkerrood blad en een brede, overhangende groeiwijze. Daardoor past hij goed bij een vijver, lage muur of verhoogde border.
- Acer palmatum ‘Katsura’ – Het jonge blad loopt geel tot geelgroen uit en heeft oranjerode randen. Vervolgens wordt het blad groener, waarna in de herfst gele en oranje tinten verschijnen. Deze cultivar groeit luchtiger en hoger dan ‘Shaina’.
- Acer palmatum ‘Orange Dream’ – In het voorjaar verschijnt geelgroen tot oranjegeel blad met warme randen. Tijdens de zomer wordt het blad vervolgens lichtgroen. Door zijn heldere kleur combineert ‘Orange Dream’ mooi met roodbladige Japanse esdoorns.
- Acer palmatum ‘Osakazuki’ – Deze groenbladige cultivar staat vooral bekend om zijn intens scharlakenrode herfstkleur. De plant ontwikkelt zich uiteindelijk tot een forse struik of kleine boom. Daardoor heeft hij aanzienlijk meer ruimte nodig dan ‘Shaina’.
- Acer palmatum ‘Sango-kaku’ – De jonge twijgen van deze cultivar kleuren in de winter opvallend koraalrood. Daarnaast krijgt het frisgroene blad in de herfst gele tot oranje tinten. Hierdoor biedt ‘Sango-kaku’ ook na de bladval veel sierwaarde.
- Acer palmatum ‘Shaina’ – Deze compacte, dicht vertakte cultivar heeft helder rood voorjaarsblad, donker roodpurper zomerblad en een scharlakenrode herfstkleur. Bovendien blijft de plant kleiner dan veel andere opgaande roodbladige cultivars.
Kies een cultivar niet alleen op basis van de bladkleur. Let daarnaast op de uiteindelijke hoogte, breedte en groeiwijze. Een fijnbladige treurvorm vraagt namelijk een andere toepassing dan een smalle, opgaande Japanse esdoorn.
11. Biodiversiteit en ecologische waarde van Japanse esdoorn (Acer palmatum ‘Shaina’)
De kleine voorjaarsbloemen van Japanse esdoorn (Acer palmatum ‘Shaina’) leveren nectar en stuifmeel aan verschillende insecten. Kleine bijen, zweefvliegen en andere vroege bezoekers kunnen de bloemen daarom gebruiken als aanvullende voedselbron.
De bloei blijft echter bescheiden. Bovendien produceert een jonge of compact groeiende plant meestal niet bijzonder veel bloemen. Beschouw ‘Shaina’ daarom niet als een belangrijke drachtplant, maar als een aanvullende schakel binnen een gevarieerde beplanting.
De dichte vertakking biedt beschutting aan kleine vogels en insecten. Daarnaast zorgt het afgevallen blad voor organisch materiaal op de bodem. Laat daarom, wanneer de situatie dit toelaat, een deel van het herfstblad onder heesters en vaste planten liggen.
Bodemorganismen breken het blad vervolgens af. Daardoor komen voedingsstoffen geleidelijk terug in de bodem en verbetert de humuslaag. Een dunne natuurlijke bladlaag helpt bovendien om vocht vast te houden.
Acer palmatum komt niet van nature in Nederland of België voor. Daardoor ondersteunt deze soort minder gespecialiseerde insecten dan verschillende inheemse bomen en struiken. Combineer ‘Shaina’ daarom met inheemse planten en langbloeiende vaste planten.
Geschikte aanvullingen zijn bijvoorbeeld vingerhoedskruid, wilde akelei, bosanemoon en inheemse varens. Daarnaast kunnen vroegbloeiende bolgewassen en laatbloeiende vaste planten het voedselaanbod over een langere periode verspreiden.
Gebruik bij voorkeur geen chemische bestrijdingsmiddelen. Deze middelen raken namelijk niet alleen schadelijke organismen, maar kunnen ook natuurlijke vijanden treffen. Een gezonde plant op een geschikte standplaats heeft bovendien zelden een intensieve behandeling nodig.
12. Ziekten en problemen bij deze Japanse esdoorn
Japanse esdoorn (Acer palmatum ‘Shaina’) blijft op een geschikte standplaats doorgaans gezond. Toch kan de plant problemen krijgen door droogte, harde wind, felle zon of een slecht doorlatende bodem.
Bruine, droge bladranden ontstaan meestal door uitdroging of bladverbranding. Geef daarom tijdens warme perioden tijdig water en bescherm de plant tegen felle middagzon. Houd er bovendien rekening mee dat wind de verdamping sterk verhoogt.
Ook nachtvorst kan het jonge voorjaarsblad beschadigen. De bladeren worden dan bruin of zwart en verschrompelen gedeeltelijk. De plant loopt meestal opnieuw uit, hoewel de sierwaarde tijdelijk afneemt. Een beschutte standplaats verkleint daarom het risico.
Bladeren kunnen groen of minder intens rood worden wanneer de plant te donker staat. Verplaats een potplant in dat geval naar een lichtere plek. Bij een exemplaar in de volle grond kunt u eventueel storende schaduwgevers uitdunnen, mits dit de beschutting niet volledig wegneemt.
Geel blad met groen blijvende nerven kan wijzen op een verstoorde opname van voedingsstoffen. Een te kalkrijke of voortdurend natte bodem vormt vaak de oorzaak. Controleer daarom eerst de bodemomstandigheden voordat u extra mest geeft.
In zware, natte grond kunnen wortels afsterven. Vervolgens verwelken scheuten en neemt de groei af. Verbeter daarom de afwatering vóór het planten en laat een pot nooit langdurig in een onderschaal met water staan.
Verticilliumverwelking vormt een ernstiger probleem. Hierbij kunnen bladeren en complete takdelen plotseling verwelken. Soms is onder de bast een donkere verkleuring zichtbaar. Verwijder aangetaste takken met schoon gereedschap en ontsmet het gereedschap daarna zorgvuldig. Een zwaar aangetaste plant kan uiteindelijk afsterven.
Bladluizen kunnen zich op jonge scheuten vestigen. Daardoor kunnen bladeren krullen en ontstaat soms kleverige honingdauw. Vaak ruimen lieveheersbeestjes, zweefvlieglarven en andere natuurlijke vijanden een lichte aantasting vanzelf op.
Spintmijten verschijnen vooral tijdens warme, droge perioden. Het blad krijgt dan fijne lichte stippen en kan uiteindelijk verdrogen. Geef de plant daarom voldoende water en controleer vooral exemplaren die op een warme, beschutte plek staan.
Soms verschijnt meeldauw als een witachtige laag op het blad. Zorg in dat geval voor voldoende luchtcirculatie en voorkom langdurige droogtestress. Geef bovendien water bij de wortels, zodat het blad niet onnodig nat blijft.
Ook beschadiging door grasmaaiers of kantenmaaiers kan problemen veroorzaken. Houd daarom rond de stam een vrije plantspiegel aan. Een mulchlaag beschermt de wortelzone en voorkomt bovendien concurrentie door gras.
13. Veelgestelde vragen over Japanse esdoorn (Acer palmatum ‘Shaina’)
Hoe hoog wordt Japanse esdoorn ‘Shaina’?
‘Shaina’ wordt uiteindelijk ongeveer 2 tot 3 meter hoog. De plant groeit echter zeer langzaam en blijft jarenlang compact. De uiteindelijke hoogte hangt bovendien af van de bodem, standplaats en plantvorm.
Hoe breed wordt Japanse esdoorn ‘Shaina’?
Een volwassen exemplaar wordt doorgaans ongeveer 1,5 tot 2,5 meter breed. Jonge planten groeien aanvankelijk vrij smal. Later ontwikkelt de kroon echter een bredere en meer afgeronde vorm.
Blijft het blad van ‘Shaina’ het hele jaar rood?
Het blad loopt in het voorjaar helder rood uit en wordt vervolgens donkerrood tot purperrood. In de herfst kleurt het opnieuw helder scharlakenrood. Daarna valt het blad af, want deze Japanse esdoorn is niet wintergroen.
Kan Japanse esdoorn ‘Shaina’ in de volle zon staan?
Een zonnige standplaats is mogelijk wanneer de bodem voldoende vochtig blijft. Toch kan felle middagzon de bladranden beschadigen. Lichte halfschaduw of een plek met ochtendzon is daarom meestal veiliger.
Welke grond heeft Japanse esdoorn ‘Shaina’ nodig?
De plant groeit het beste in humusrijke, luchtige en goed doorlatende grond. Daarnaast moet de bodem voldoende vocht vasthouden. Een licht zure tot neutrale zuurgraad is ideaal.
Kan Japanse esdoorn ‘Shaina’ in een pot groeien?
Ja, de compacte groeiwijze maakt ‘Shaina’ geschikt voor een ruime plantenbak. Zorg echter voor voldoende afvoergaten en geef regelmatig water. Bescherm de pot bovendien tijdens strenge vorst.
Wanneer moet ik Japanse esdoorn ‘Shaina’ snoeien?
Snoei alleen wanneer takken dood, beschadigd of storend zijn. Voer kleine snoeiwerkzaamheden bij voorkeur in de zomer uit. Vermijd snoei in het vroege voorjaar, omdat de plant dan sterk kan bloeden.
Waarom krijgt mijn Japanse esdoorn bruine bladranden?
Bruine bladranden ontstaan meestal door droogte, harde wind of felle zon. Geef daarom voldoende water en bescherm de plant tegen uitdrogende omstandigheden. Ook een beschadigde of voortdurend natte wortelkluit kan echter bladproblemen veroorzaken.
Is Japanse esdoorn ‘Shaina’ winterhard?
‘Shaina’ is in de Nederlandse en Belgische tuin doorgaans goed winterhard. Jonge planten en exemplaren in pot zijn echter gevoeliger voor strenge vorst en uitdrogende wind. Bescherm daarom vooral de wortelkluit van potplanten.
Is Japanse esdoorn ‘Shaina’ giftig?
Voor mensen staat Acer palmatum niet bekend als een sterk giftige tuinplant. Toch zijn de plantendelen niet bedoeld voor consumptie. Voorkom daarom dat kinderen of huisdieren grote hoeveelheden blad, zaden of twijgen eten.
14. Conclusie over Japanse esdoorn (Acer palmatum ‘Shaina’)
Japanse esdoorn (Acer palmatum ‘Shaina’) combineert een compacte groeiwijze met een langdurig rode bladkleur. Het blad verschijnt helder rood, wordt vervolgens donker roodpurper en eindigt in de herfst scharlakenrood. Daardoor verandert het uiterlijk van de plant meerdere keren gedurende het groeiseizoen.
Dankzij de langzame groei past ‘Shaina’ goed in een kleine tuin, voortuin, patio of ruime plantenbak. Bovendien vraagt de plant weinig snoei. Een humusrijke bodem, voldoende vocht en beschutting tegen harde wind vormen echter belangrijke voorwaarden voor een gezonde ontwikkeling.
Kies bij voorkeur een plaats met ochtendzon of lichte halfschaduw. Zo behoudt het blad zijn kleur zonder snel te verbranden. Geef daarnaast tijdens droge perioden voldoende water en bescherm de oppervlakkige wortels met een dunne mulchlaag.
Combineer ‘Shaina’ met planten die zijn donkere bladkleur ondersteunen. Frisgroene varens, geelgroen Japans berggras en zilverbladige vaste planten vormen bijvoorbeeld een helder contrast. Tegelijkertijd zorgen rustige herhalingen van dezelfde bladkleuren voor samenhang.
Gebruik deze Japanse esdoorn bij voorkeur als een zorgvuldig geplaatst accent. Laat daarom voldoende ruimte rond de kroon en voorkom een overdaad aan concurrerende kleuren. Zo blijft de karakteristieke vorm zichtbaar en krijgt de bijzondere bladkleur de aandacht die zij verdient.
Maak een schetsafspraak
Heeft u hulp nodig bij het maken van een tuinontwerp en/of het samenstellen van een beplantingsplan? Maak dan een afspraak met de Schetsservice!