Blauw kattenkruid (Nepeta racemosa ‘Walker’s Low’)
- Plantomschrijving
- Details
Blauw kattenkruid (Nepeta racemosa ‘Walker’s Low’) is een krachtige vaste plant met aromatisch grijsgroen blad en talrijke lavendelblauwe bloemen. Vanaf het late voorjaar verschijnen lange, rijk vertakte bloemstengels boven het bladerdek. Vervolgens houdt de bloei wekenlang aan. Na een zomerse snoeibeurt volgt bovendien vaak een tweede bloeigolf.
Ondanks de naam is ‘Walker’s Low’ geen uitgesproken lage cultivar. Onder gunstige omstandigheden kunnen de bloeiende stengels ongeveer 60 tot 80 centimeter hoog worden. Daarnaast groeit de plant breed uit. Geef hem daarom voldoende ruimte in de border en gebruik hem liever niet als uiterst smalle randplant.
De losse groeiwijze zorgt voor een natuurlijke uitstraling. Tegelijkertijd vormen de vele bloemen samen een krachtig blauwviolet kleurvlak. Daardoor past ‘Walker’s Low’ goed in romantische tuinen, prairietuinen en zonnige vasteplantenborders. Ook langs een breed pad of rond een terras kan de cultivar harde lijnen verzachten.
Het grijsgroene blad verspreidt bij aanraking een kruidige geur. Sommige katten tonen belangstelling voor deze geur, terwijl andere nauwelijks reageren. Echt kattenkruid (Nepeta cataria) trekt katten doorgaans sterker aan.
‘Walker’s Low’ groeit het beste in de volle zon en in goed doorlatende grond. Zodra de plant stevig geworteld is, verdraagt hij warmte en tijdelijke droogte behoorlijk goed. Een voedselrijke of voortdurend vochtige bodem veroorzaakt daarentegen slappe stengels. Daarom levert een relatief schrale standplaats meestal de stevigste plant op.
Bijen, hommels en andere bestuivende insecten bezoeken de bloemen graag. Bovendien verschijnen tijdens de lange bloeiperiode voortdurend nieuwe bloemen. Zo combineert blauw kattenkruid sierwaarde met ecologische betekenis.
Door zijn omvang, lange bloei en natuurlijke groeiwijze is ‘Walker’s Low’ vooral geschikt voor middelgrote en grote borders. Wie de plant voldoende ruimte geeft en na de eerste bloei terugsnoeit, geniet gedurende een groot deel van de zomer van een brede blauwviolette bloemenwolk.
Maak een schetsafspraak
Heeft u hulp nodig bij het maken van een tuinontwerp en/of het samenstellen van een beplantingsplan? Maak dan een afspraak met de Schetsservice!
1. Herkomst en naamverklaring van blauw kattenkruid (Nepeta racemosa ‘Walker’s Low’)
De geschiedenis van ‘Walker’s Low’ begint in Ierland. In de jaren zeventig ontdekte Patricia Taylor een opvallende kattenkruidplant in het lagere gedeelte van de tuin van mevrouw Walker. Zij herkende de tuinwaarde en nam stekken van de plant. Daardoor bleef de oorspronkelijke selectie behouden.
Four Seasons Nursery uit Norwich in Engeland introduceerde ‘Walker’s Low’ uiteindelijk in 1988 in de plantenhandel. Vervolgens verspreidde de cultivar zich over Europa en Noord-Amerika. In 2007 koos de Amerikaanse Perennial Plant Association hem zelfs tot vaste plant van het jaar.
De naam ‘Walker’s Low’ zorgt regelmatig voor verwarring. Het woord Low verwijst namelijk niet naar een lage groeihoogte. Het maakte deel uit van de naam van de Ierse tuin waar de plant werd gevonden. De cultivar kan juist vrij hoog en breed uitgroeien. Daarom past hij beter in het midden van een border dan helemaal vooraan in een smal plantvak.
Ook over de botanische indeling bestaat verschil van inzicht. Veel kwekerijen, naslagwerken en plantkundigen plaatsen de cultivar onder Nepeta × faassenii. Zij beschouwen hem als een hybride die eigenschappen van Nepeta racemosa en Nepeta nepetella combineert. De actuele RHS-notatie luidt echter Nepeta racemosa ‘Walker’s Low’. Voor dit artikel volgen we die notatie consequent.
De geslachtsnaam Nepeta verwijst waarschijnlijk naar Nepete, de historische naam van het huidige Nepi in Italië. Mogelijk groeiden rond deze plaats verschillende aromatische planten uit het geslacht. De soortaanduiding racemosa betekent trosvormig of trossen dragend en verwijst naar de gerangschikte bloemen.
De officiële Nederlandse naam van Nepeta racemosa is blauw kattenkruid. Het woord blauw verwijst naar de violetblauwe bloemen, terwijl kattenkruid samenhangt met de aantrekkingskracht die de aromatische stoffen op sommige katten uitoefenen.
Zo verenigt ‘Walker’s Low’ een Ierse vondst, een Engelse introductie en een botanische indeling waarover verschillende opvattingen bestaan.
2. Algemene informatie over blauw kattenkruid (Nepeta racemosa ‘Walker’s Low’)
Wetenschappelijke naam: Nepeta racemosa ‘Walker’s Low’
Actuele RHS-notatie: Nepeta racemosa ‘Walker’s Low’
Nederlandse naam: blauw kattenkruid ‘Walker’s Low’
Plantenfamilie: lipbloemenfamilie (Lamiaceae)
Planttype: kruidachtige, overblijvende vaste plant
Herkomst botanische soort: de soort Nepeta racemosa komt oorspronkelijk uit de Kaukasus, Turkije en Noord-Iran; de cultivar werd in een Ierse tuin geselecteerd
Hoogte: doorgaans 50 tot 80 centimeter tijdens de bloei
Bladhoogte: ongeveer 25 tot 35 centimeter
Breedte: circa 60 tot 90 centimeter
Plantdichtheid: gemiddeld 3 tot 5 planten per vierkante meter
Groeiwijze: breed, bossig en los vertakt, met opgaande tot overhangende bloemstengels
Groeisnelheid: gemiddeld tot snel
Standplaats: bij voorkeur in de volle zon; lichte halfschaduw wordt verdragen
Bodem: droge tot normaal vochtige, goed doorlatende tuingrond
Zuurgraad: licht zuur tot kalkrijk, met een voorkeur voor neutrale tot licht kalkhoudende grond
Blad: aromatisch en tegenoverstaand langs de stengels
Bladkleur: grijsgroen tot zilvergroen
Bladvorm en structuur: ovaal tot langwerpig, gerimpeld, behaard en met een gekartelde rand
Bloeiwijze: losse, rijk vertakte aren met bloemen in kransen
Bloemkleur: lavendelblauw tot violetblauw
Bloeiperiode: meestal van mei of juni tot en met september
Vruchten: kleine nootjes; de plant vormt doorgaans weinig kiemkrachtig zaad
Wintergroen: niet wintergroen tot halfwintergroen tijdens zachte winters
Winterhardheid: zeer goed winterhard in voldoende doorlatende grond
Bijzonderheden: lange bloeiperiode, aromatisch blad, droogtetolerant en aantrekkelijk voor bestuivende insecten
Bijzonder kenmerk
Het opvallendste kenmerk van ‘Walker’s Low’ is de combinatie van een brede groeiwijze en een zeer rijke, langdurige bloei. Vanuit het compacte bladerdek ontwikkelen zich talloze vertakte stengels met lavendelblauwe bloemen. Samen vormen ze een luchtige bloemenwolk die een groot deel van de omliggende bodem aan het zicht onttrekt.
Hoewel de cultivarnaam anders doet vermoeden, blijft deze plant niet laag. De bloemstengels kunnen ongeveer 60 tot 80 centimeter hoog worden. Bovendien groeit een volwassen plant vaak 60 tot 90 centimeter breed. Daardoor kan één exemplaar een opvallend groot deel van de border vullen.
De groeiwijze is losser dan die van compacte cultivars zoals ‘Purrsian Blue’. Daardoor oogt ‘Walker’s Low’ natuurlijker en beweegt de plant mooi in de wind. Tegelijkertijd kunnen de buitenste stengels na zware regen overhangen. Voldoende zon, een schrale bodem en weinig bemesting helpen om de groei stevig te houden.
De eerste bloeigolf is bijzonder uitbundig. Wanneer deze afneemt, kunt u de volledige plant flink terugknippen. Vervolgens ontstaat fris grijsgroen blad en verschijnen vaak opnieuw bloemen. Hierdoor blijft de plant tot in de nazomer aantrekkelijk.
Daarnaast levert de brede pol een sterk verbindend element in de border. De grijsgroene bladkleur verzacht overgangen tussen andere planten, terwijl het blauwviolet gemakkelijk combineert met uiteenlopende bloemkleuren.
‘Walker’s Low’ dankt zijn populariteit dus niet aan een uitzonderlijk lage groei, maar juist aan zijn betrouwbaarheid, lange bloei en krachtige aanwezigheid. Wie bij het planten voldoende ruimte reserveert, krijgt een sterke vaste plant die jarenlang voor kleur en beweging zorgt.
3. Uiterlijk en groeiwijze van blauw kattenkruid (Nepeta racemosa ‘Walker’s Low’)
‘Walker’s Low’ vormt een brede, bossige pol met talrijke vertakte stengels. De jonge scheuten groeien in het voorjaar aanvankelijk rechtop. Vervolgens buigen vooral de buitenste stengels enigszins naar buiten. Daardoor ontstaat een losse, afgeronde plantvorm met een natuurlijke uitstraling.
Het grijsgroene bladerdek blijft meestal ongeveer 25 tot 35 centimeter hoog. Daarboven verschijnen de lange bloemstengels. Tijdens de bloei bereikt de plant doorgaans een hoogte van 50 tot 80 centimeter. Op een voedselrijke of vochtige bodem kan hij zelfs nog wat hoger worden. De naam ‘Walker’s Low’ zegt dus niets over de uiteindelijke hoogte.
Ook in de breedte is deze cultivar krachtig. Een volwassen exemplaar kan ongeveer 60 tot 90 centimeter ruimte innemen. Houd daarom voldoende afstand tot tuinpaden en kleinere buurplanten. Wanneer ‘Walker’s Low’ te dicht op andere planten staat, groeien de bloemstengels gemakkelijk door of over hun omgeving heen.
De los vertakte stengels dragen verspreid kleine violetblauwe bloemen. Daardoor ontstaat geen strak en massief bloemblok, maar een transparante bloemenwolk. Achterliggende planten blijven gedeeltelijk zichtbaar. Juist deze gelaagdheid geeft diepte en beweging aan een beplanting.
In de volle zon en op relatief schrale grond blijft ‘Walker’s Low’ het stevigst. Veel voeding stimuleert daarentegen lange, zachte scheuten. Bovendien kunnen de buitenste stengels na zware regen uit elkaar vallen. Door de plant na de eerste bloei terug te knippen, ontstaat opnieuw een lager en compacter bladerdek.
De plant groeit vanuit een centrale pol en vormt geen hinderlijke ondergrondse uitlopers. Toch bedekt hij door zijn brede groei uiteindelijk een aanzienlijk oppervlak. Daardoor krijgt onkruid minder ruimte. In grotere groepen vloeien de afzonderlijke planten bovendien geleidelijk in elkaar over.
‘Walker’s Low’ combineert dus een krachtige groei met een luchtige structuur. Hierdoor past de cultivar vooral in middelgrote en ruime borders waarin zijn brede vorm volledig tot ontwikkeling kan komen.
4. Blad en sierwaarde van blauw kattenkruid (Nepeta racemosa ‘Walker’s Low’)
Het blad van ‘Walker’s Low’ heeft een grijsgroene tot zilvergroene kleur. De bladeren staan tegenover elkaar langs de stengels en hebben een ovale tot langwerpige vorm. Daarnaast zijn ze licht gerimpeld en duidelijk gekarteld. Een fijne beharing geeft het blad zijn zachte, grijzige uitstraling.
Bij aanraking verspreidt de plant een kruidige, enigszins muntachtige geur. Vooral tijdens warm en zonnig weer komt het aroma duidelijk vrij. Sommige katten reageren op deze geur door aan de plant te ruiken, erop te kauwen of erin te rollen. Toch verschilt de reactie per dier en trekt echt kattenkruid (Nepeta cataria) katten doorgaans sterker aan.
De beharing helpt de plant om vochtverlies te beperken. Daardoor verdraagt ‘Walker’s Low’ zon, warmte en tijdelijke droogte behoorlijk goed. Bovendien maakt het zachte blad de plant minder aantrekkelijk voor veel grazende dieren. Toch biedt dit geen volledige garantie tegen vraat.
In het vroege voorjaar vormt zich eerst een compact bladerdek. De grijsgroene kleur zorgt dan al voor sierwaarde, ruim voordat de bloemen verschijnen. Vervolgens groeien de bloemstengels boven het blad uit. Tijdens de hoofdbloei verdwijnt een deel van het loof onder de lavendelblauwe bloemen.
Het gedempte blad vormt een goede overgang tussen sterk uiteenlopende kleuren. Zo verzacht het felle rode, oranje en gele bloemen. Tegelijkertijd contrasteert het mooi met purper, bronskleurig of donkergroen blad. Daardoor is ‘Walker’s Low’ niet alleen als bloeiende plant, maar ook als verbindende bladplant waardevol.
Na de eerste bloeigolf kunnen de stengels en bladeren wat rommelig ogen. Knip de plant dan terug tot ongeveer 10 à 15 centimeter boven de grond. Vervolgens verschijnt fris nieuw blad en herstelt de compacte vorm.
Tijdens een zachte winter kan enig blad aanwezig blijven. Meestal sterven de bovengrondse delen echter grotendeels af. Laat de oude stengels tot het einde van de winter staan en knip ze weg voordat de nieuwe scheuten verschijnen.
5. Bloei van blauw kattenkruid (Nepeta racemosa ‘Walker’s Low’)
‘Walker’s Low’ staat bekend om zijn lange en uitbundige bloei. De eerste bloemen verschijnen meestal in mei of juni. Vervolgens ontwikkelen zich gedurende meerdere weken voortdurend nieuwe bloemen langs de rijk vertakte stengels.
De kleine bloemen hebben de kenmerkende lipvorm van de lipbloemenfamilie (Lamiaceae). Ze staan in losse kransen langs de bovenste delen van de stengels. Samen vormen deze kransen lange, luchtige bloemaren. De kleur varieert van lavendelblauw tot violetblauw.
Dankzij de vele vertakkingen ontstaat een brede bloemenwolk. Deze kan bijna net zo breed worden als de volledige plant. Daardoor trekt één volwassen exemplaar veel aandacht zonder zwaar of massief te ogen. Bovendien bewegen de dunne bloemstengels sierlijk in de wind.
De eerste bloeigolf is doorgaans het rijkst. Zodra veel bloemen verwelken, kunt u de plant met ongeveer twee derde terugknippen. Laat daarbij jong blad in het hart van de pol staan. Geef na de snoeibeurt water wanneer de bodem droog is. Vervolgens maakt de plant nieuwe scheuten en vaak ook een tweede serie bloemen.
Met deze behandeling kan ‘Walker’s Low’ tot september kleur geven. Zonder snoei gaat de bloei eveneens door, maar de plant oogt dan losser en maakt minder nieuwe bloemen. Een volledige terugknipbeurt levert daarom meestal het verzorgdste resultaat op.
De bloemen bevatten nectar en trekken bijen, hommels en andere bestuivende insecten aan. Vooral tijdens zonnig weer bezoeken veel insecten de lange bloemaren. De tweede bloei verlengt bovendien de periode waarin voedsel beschikbaar is.
In lichte halfschaduw bloeit ‘Walker’s Low’ minder rijk en groeien de stengels langer. Kies daarom bij voorkeur een zonnige standplaats. Daar ontwikkelen zich de meeste bloemen en blijft de groei beter in verhouding. Op een niet te voedselrijke bodem blijft de plant bovendien steviger en behoudt hij langer zijn karakteristieke luchtige vorm.
6. Standplaats en bodem voor blauw kattenkruid (Nepeta racemosa ‘Walker’s Low’)
‘Walker’s Low’ groeit het beste op een warme en zonnige plaats. Kies bij voorkeur een plek waar de plant dagelijks minimaal zes uur direct zonlicht ontvangt. Daardoor blijft de groei stevig en verschijnen veel bloemstengels. Lichte halfschaduw is mogelijk, maar daar groeit de plant doorgaans losser en bloeit hij minder uitbundig.
Een goed doorlatende bodem vormt de belangrijkste voorwaarde. Eenmaal gevestigd verdraagt blauw kattenkruid droge perioden namelijk behoorlijk goed. Langdurig natte grond veroorzaakt daarentegen gemakkelijk wortelproblemen. Vooral tijdens de winter moet overtollig regenwater snel kunnen wegstromen.
Zandgrond en lichte leemgrond zijn geschikt. Op zeer arme zandgrond kunt u vóór het planten een bescheiden hoeveelheid compost door de bovenlaag mengen. Daardoor houdt de bodem iets meer vocht vast. Voeg echter niet te veel compost of mest toe. Een voedselrijke bodem veroorzaakt lange, slappe stengels die na regen gemakkelijker openvallen.
Op zware kleigrond vraagt de afwatering extra aandacht. Maak een ruim plantvak los en meng grof zand, fijn grind of ander mineraal materiaal door de grond. Plant ‘Walker’s Low’ eventueel iets verhoogd. Daardoor blijft het hart van de plant tijdens natte perioden droger.
De cultivar groeit in licht zure, neutrale en kalkhoudende grond. Een neutrale tot licht kalkrijke bodem levert doorgaans goede resultaten op. Voeg echter alleen extra kalk toe wanneer de grond werkelijk zuur is.
Geef jonge planten tijdens het eerste groeiseizoen regelmatig water. Zo ontwikkelen ze een diep en krachtig wortelstelsel. Zodra de plant goed is aangeslagen, kunt u de watergift verminderen. Geef tijdens langdurige droogte liever af en toe veel water dan dagelijks een kleine hoeveelheid.
Een dunne laag fijn grind rond de plant houdt de bodem luchtig en beperkt onkruid. Vermijd daarentegen een dikke laag vochtvasthoudende mulch tegen het hart van de pol. Door zon, beperkte voeding en een droge plantvoet te combineren, blijft ‘Walker’s Low’ steviger en bloeit hij rijker.
7. Toepassing en combinaties van blauw kattenkruid (Nepeta racemosa ‘Walker’s Low’)
‘Walker’s Low’ past vooral in middelgrote en ruime zonnige borders. Door zijn brede groeiwijze kan de plant een aanzienlijk oppervlak bedekken. Daardoor is hij geschikt als verbindende plant tussen hogere vaste planten, siergrassen en rozen. Langs een breed pad verzachten de overhangende bloemstengels bovendien de harde rand.
Plant gemiddeld drie tot vijf exemplaren per vierkante meter. Houd ongeveer 50 tot 60 centimeter afstand tussen de planten. Geef de cultivar daarnaast voldoende ruimte ten opzichte van kleine of langzaam groeiende buurplanten.
Geschikte en gevarieerde combinatieplanten zijn:
- Dropplant (Agastache ‘Black Adder’) – de donkere, opgaande bloemaren zorgen voor hoogte en een krachtig contrast.
- Meisjesogen (Coreopsis verticillata ‘Moonbeam’) – de zachtgele bloemen verlichten de blauwe beplanting zonder overheersend te worden.
- Vaste lathyrus (Lathyrus latifolius ‘White Pearl’) – de witte bloemen kunnen door een lage steun achter het kattenkruid omhooggroeien.
- Vlasleeuwenbek (Linaria purpurea ‘Canon Went’) – de slanke zachtroze bloemaren voegen hoogte toe zonder de beplanting zwaar te maken.
- Siermarjolein (Origanum laevigatum ‘Herrenhausen’) – de paarsroze bloemschermen sluiten aan bij de droge standplaats en trekken veel insecten.
- Vingergras (Panicum virgatum ‘Shenandoah’) – het opgaande gras brengt structuur, beweging en een warme roodachtige herfstkleur.
- Struikroos (Rosa ‘Sally Holmes’) – de grote trossen roomwitte bloemen contrasteren met het luchtige blauwviolet.
- Rood schurftkruid (Knautia macedonica ‘Mars Midget’) – de donkerrode bloemhoofdjes zweven speels tussen de blauwe bloemstengels.
Gebruik ‘Walker’s Low’ liever niet direct naast zeer lage, kwetsbare planten. De brede stengels kunnen deze tijdens de zomer namelijk bedekken. Zet lage soorten daarom vóór de plant en plaats hogere, stevigere soorten erachter.
Ook bij rozen werkt de cultivar goed. Het grijsgroene blad verbergt een deel van de kale rozenstengels, terwijl de blauwe bloemen mooi aansluiten bij uiteenlopende rozenkleuren.
Ontwerptip: gebruik ‘Walker’s Low’ in losse groepen van drie planten tussen verticale accenten. Zo ontstaat een terugkerende blauwe bloemenwolk, terwijl opgaande planten en siergrassen voorkomen dat de brede groeiwijze de border optisch vlak maakt.
8. Groei en onderhoud van blauw kattenkruid (Nepeta racemosa ‘Walker’s Low’)
‘Walker’s Low’ vraagt weinig verzorging wanneer de plant in de volle zon en in goed doorlatende grond staat. In het voorjaar verschijnen nieuwe scheuten vanuit het hart van de pol. Knip vóór die tijd de oude stengels terug tot ongeveer 5 centimeter boven de grond. Daardoor krijgen de jonge scheuten voldoende licht en lucht.
Geef in het voorjaar eventueel een dunne laag compost. Gebruik echter weinig aanvullende mest. Een stikstofrijke bemesting stimuleert vooral lange en zachte stengels. Hierdoor kan de plant na een regenbui openvallen en over aangrenzende planten heen groeien. Op een relatief schrale bodem blijft ‘Walker’s Low’ meestal steviger.
Jonge planten hebben tijdens droge perioden regelmatig water nodig. Zodra de wortels zich goed hebben ontwikkeld, verdraagt de cultivar tijdelijke droogte behoorlijk goed. Geef bij langdurige droogte liever eenmaal royaal water dan dagelijks een kleine hoeveelheid. Zo groeien de wortels dieper.
Na de eerste bloeigolf verliest de plant vaak zijn compacte uitstraling. Knip de volledige pol dan met ongeveer twee derde terug. Laat jong blad in het hart van de plant staan en geef zo nodig water. Vervolgens ontwikkelt zich een fris bladerdek en ontstaat meestal een tweede bloeigolf.
Door de brede groeiwijze heeft ‘Walker’s Low’ voldoende ruimte nodig. Controleer daarom jaarlijks of kleinere buurplanten niet onder de overhangende stengels verdwijnen. U kunt de buitenste scheuten tijdens het groeiseizoen eventueel licht inkorten. Toch levert een ruime plantafstand een natuurlijker resultaat op.
Na ongeveer drie tot vijf jaar kan het centrum van de pol minder vitaal worden. Graaf de plant dan in het vroege voorjaar op en verdeel hem in enkele gezonde stukken. Verwijder het oude midden en plant vooral de krachtige buitenste delen opnieuw.
Plantensteunen zijn meestal niet nodig. Op rijke grond kan een lage, onopvallende steun echter helpen. Plaats deze vroeg in het voorjaar, zodat de stengels er vanzelf doorheen groeien.
9. Vermeerdering van blauw kattenkruid (Nepeta racemosa ‘Walker’s Low’)
‘Walker’s Low’ kunt u het beste vermeerderen door de plant te delen of door stekken te nemen. Deze vegetatieve methoden leveren nieuwe planten op met dezelfde eigenschappen als de moederplant. Daardoor blijven de bloemkleur, brede groeiwijze en lange bloeiperiode behouden.
Het vroege voorjaar vormt het beste moment om een volwassen pol te delen. Graaf de plant op zodra de eerste jonge scheuten verschijnen. Schud vervolgens een deel van de losse grond tussen de wortels weg. Zo kunt u goed zien waar gezonde groeipunten aanwezig zijn.
Verdeel de wortelkluit met een scherpe spade of een schoon mes. Elk deel moet meerdere scheuten en voldoende stevige wortels bevatten. Verwijder oude, houtige of afgestorven stukken uit het centrum. Plant daarna vooral de krachtige buitenste delen opnieuw. Houd dezelfde plantdiepte aan en geef ruim water.
Ook het begin van de herfst is geschikt voor delen. Werk echter niet te laat in het seizoen, want de jonge delen hebben tijd nodig om vóór de winter nieuwe wortels te maken. Op natte grond verdient een voorjaarsdeling altijd de voorkeur.
Voor stekken kiest u in het late voorjaar jonge scheuten zonder bloemknoppen. Snijd stukken van ongeveer 7 tot 10 centimeter af en verwijder het onderste blad. Plaats de stekken vervolgens in een luchtig mengsel van stekgrond en scherp zand. Houd de grond licht vochtig en zet de potten op een lichte plaats zonder felle middagzon.
Zodra nieuwe groei verschijnt, kunt u de gewortelde stekken afzonderlijk oppotten. Knijp eventueel de topjes uit om de vertakking te stimuleren. Plant de jonge exemplaren pas in de border wanneer ze een stevig wortelstelsel hebben.
Zaaien levert geen betrouwbare kopieën van ‘Walker’s Low’ op. Eventuele zaailingen kunnen verschillen in hoogte, bloemkleur en groeiwijze. Bovendien vormt de cultivar doorgaans weinig kiemkrachtig zaad. Kies daarom altijd voor delen of stekken als u de oorspronkelijke eigenschappen wilt behouden.
10. Verwante soorten en cultivars van blauw kattenkruid (Nepeta racemosa ‘Walker’s Low’)
Binnen het geslacht Nepeta bestaan veel tuinwaardige soorten en cultivars. Ze verschillen sterk in hoogte, breedte, bloemkleur en bodemvoorkeur. ‘Walker’s Low’ behoort tot de krachtiger en breder groeiende selecties. Voor een klein plantvak kan een compactere cultivar daarom geschikter zijn.
De onderstaande soorten en cultivars staan in alfabetische volgorde en zijn doorgaans verkrijgbaar bij Nederlandse of Belgische kwekerijen:
- Nepeta cataria – echt kattenkruid met witachtige bloemen en doorgaans een sterkere aantrekkingskracht op katten.
- Nepeta × faassenii ‘Kit Cat’ – lage, compacte cultivar voor kleine tuinen, potten en borderranden.
- Nepeta × faassenii ‘Purrsian Blue’ – afgeronde, rijkbloeiende cultivar die duidelijk compacter blijft dan ‘Walker’s Low’.
- Nepeta × faassenii ‘Six Hills Giant’ – krachtige selectie met lange lavendelblauwe stengels en een losse groeiwijze.
- Nepeta grandiflora ‘Bramdean’ – hogere cultivar met donker blauwviolette bloemen en een opgaande vorm.
- Nepeta grandiflora ‘Dawn to Dusk’ – luchtige vaste plant met zachtroze bloemen en donkere bloemstengels.
- Nepeta kubanica – forse soort met relatief grote violetblauwe bloemen en een voorkeur voor iets vochtigere grond.
- Nepeta nervosa ‘Blue Moon’ – compacte selectie met stevige, intens blauwe bloemaren.
- Nepeta racemosa ‘Blue Wonder’ – lage, breed groeiende cultivar met grote blauwviolette bloemen.
- Nepeta racemosa ‘Snowflake’ – laagblijvende selectie met witte bloemen en aromatisch grijsgroen blad.
- Nepeta sibirica ‘Souvenir d’André Chaudron’ – hoge, krachtig groeiende plant met opvallend helderblauwe bloemen.
Voor een beperkte ruimte zijn ‘Kit Cat’, ‘Purrsian Blue’ en ‘Blue Wonder’ goede alternatieven. Wilt u juist een hoge, verticale plant, kies dan ‘Bramdean’ of Nepeta sibirica ‘Souvenir d’André Chaudron’. ‘Snowflake’ past bovendien goed in een witte border, terwijl ‘Dawn to Dusk’ met zijn roze bloemen een afwijkend kleuraccent biedt.
11. Bijen en biodiversiteit bij blauw kattenkruid (Nepeta racemosa ‘Walker’s Low’)
‘Walker’s Low’ levert gedurende een lange periode nectar aan bestuivende insecten. De eerste bloemen openen meestal in mei of juni. Vervolgens verschijnen wekenlang nieuwe bloemen langs de vertakte stengels. Daardoor vormt een volwassen plant een omvangrijke voedselbron.
Vooral bijen en hommels bezoeken de lipvormige bloemen. Ze landen op de onderste bloemlip en bereiken vervolgens de nectar in de bloemkroon. Daarnaast verschijnen regelmatig zweefvliegen en andere bloembezoekende insecten. Welke soorten precies komen, hangt af van de omgeving en de beschikbare nestplaatsen.
De brede groeiwijze zorgt ervoor dat één plant veel bloemen kan dragen. Toch bereikt de bloei na enkele weken een rustiger fase. Door de plant dan terug te knippen, stimuleert u nieuwe scheuten en een tweede bloei. Zo ontstaat later in de zomer opnieuw een waardevol nectaraanbod.
Blauw kattenkruid vormt doorgaans weinig bruikbare zaden. Daardoor biedt ‘Walker’s Low’ nauwelijks voedsel aan zaadetende vogels. Combineer de plant daarom met soorten die in het najaar zaden of vruchten ontwikkelen. Op die manier ondersteunt de border meer verschillende dieren.
Laat in de winter enkele stevige stengels van naburige planten staan. Insecten kunnen daarin of ertussen beschutting vinden. Het kattenkruid zelf kunt u eveneens tot het einde van de winter laten staan. Knip de oude stengels pas weg wanneer de nieuwe groei begint.
Gebruik daarnaast geen chemische bestrijdingsmiddelen rond bloeiende planten. Een kleine hoeveelheid bladluizen veroorzaakt meestal weinig schade. Bovendien vormen deze insecten voedsel voor lieveheersbeestjes, gaasvliegen en vogels.
‘Walker’s Low’ is niet inheems, maar levert wel veel nectar. Combineer hem daarom met inheemse planten en met soorten die vóór en na het kattenkruid bloeien. Zo ontstaat een gevarieerder en langduriger voedselaanbod.
Biodiversiteitstip: combineer ‘Walker’s Low’ met vroegbloeiende longkruid, zomerbloeiende wilde marjolein en laatbloeiende hemelsleutel. Zo vinden bestuivers gedurende een groot deel van het tuinseizoen nectar en stuifmeel.
12. Problemen en ziekten bij blauw kattenkruid (Nepeta racemosa ‘Walker’s Low’)
‘Walker’s Low’ is doorgaans sterk en weinig gevoelig voor ziekten. Problemen ontstaan vooral wanneer de bodem te nat, te voedselrijk of slecht doorlatend is. Ook een standplaats met weinig zon kan de plant verzwakken en een slappe groei veroorzaken.
Wortelrot vormt het grootste risico. Langdurig natte grond bevat weinig zuurstof, waardoor de wortels beschadigd raken. De plant groeit vervolgens slecht, krijgt geel of bruin blad en kan vanuit het midden afsterven. Graaf een aangetast exemplaar op en verwijder zachte of donkere worteldelen. Verbeter daarna de afwatering voordat u gezonde stukken opnieuw plant.
Op zware kleigrond helpt een verhoogde standplaats. Maak daarnaast een ruim gedeelte van de bodem los en meng er grof mineraal materiaal doorheen. Alleen het plantgat verbeteren kan juist een komvorm creëren waarin water blijft staan.
Tijdens warme en droge perioden kan meeldauw ontstaan. Deze schimmel veroorzaakt een witgrijze, poederachtige laag op het blad. Zorg voor voldoende lucht tussen de planten en geef bij langdurige droogte water aan de voet. Een terugknipbeurt verwijdert bovendien het aangetaste blad en stimuleert gezonde hergroei.
Slakken hebben meestal weinig belangstelling voor het behaarde, aromatische blad. Toch kunnen ze jonge voorjaarsscheuten beschadigen. Ook bladluizen verschijnen soms op zachte bloemtoppen. Natuurlijke vijanden houden een lichte aantasting echter vaak vanzelf onder controle.
Openvallende stengels vormen het meest voorkomende praktische probleem. De cultivar groeit namelijk breed en kan op rijke grond erg lang worden. Verminder daarom de bemesting en plant hem in de volle zon. Een snoeibeurt na de eerste bloei herstelt vervolgens de compacte vorm.
Sommige katten rollen in de plant of knabbelen aan de stengels. Bescherm jonge exemplaren zo nodig tijdelijk met een lage plantensteun. Zodra de pol groot genoeg is, herstelt hij zich meestal snel van beperkte beschadigingen.
13. Veelgestelde vragen over blauw kattenkruid (Nepeta racemosa ‘Walker’s Low’)
1. Is ‘Walker’s Low’ een laagblijvende plant?
Nee. De naam verwijst naar de tuin waar de cultivar werd gevonden en niet naar zijn hoogte. De bloeiende plant kan ongeveer 50 tot 80 centimeter hoog worden.
2. Hoe breed wordt ‘Walker’s Low’?
Een volwassen plant kan ongeveer 60 tot 90 centimeter breed worden. Houd daarom voldoende afstand tot paden en kleinere buurplanten.
3. Wanneer bloeit ‘Walker’s Low’?
De eerste bloemen verschijnen meestal in mei of juni. Na een zomerse snoeibeurt kan de plant opnieuw bloeien en tot september kleur geven.
4. Wanneer moet ik ‘Walker’s Low’ snoeien?
Knip het oude loof aan het einde van de winter weg. Snoei de plant daarnaast na de eerste bloeigolf met ongeveer twee derde terug om hergroei en nabloei te stimuleren.
5. Is ‘Walker’s Low’ winterhard?
Ja, de cultivar is zeer goed winterhard. Een goed doorlatende bodem is echter belangrijk, omdat langdurige winterse nattigheid wortelschade kan veroorzaken.
6. Is ‘Walker’s Low’ wintergroen?
Nee, de plant is niet betrouwbaar wintergroen. Tijdens zachte winters kan enig blad blijven zitten, maar meestal sterven de bovengrondse delen grotendeels af.
7. Trekt ‘Walker’s Low’ katten aan?
Sommige katten reageren op het aromatische blad, terwijl andere nauwelijks belangstelling tonen. Echt kattenkruid (Nepeta cataria) heeft doorgaans een sterker effect.
8. Hoeveel planten heb ik per vierkante meter nodig?
Gebruik gemiddeld drie tot vijf planten per vierkante meter. Houd ongeveer 50 tot 60 centimeter afstand aan, zodat de brede pollen voldoende ruimte krijgen.
9. Kan ‘Walker’s Low’ in halfschaduw groeien?
Lichte halfschaduw is mogelijk. In de volle zon bloeit de plant echter rijker en blijven de stengels doorgaans korter en steviger.
10. Kan ‘Walker’s Low’ in een pot groeien?
Ja, maar kies een grote, stabiele pot met voldoende afvoergaten. Door de forse groeiwijze en snelle uitdroging vraagt een potplant tijdens warme perioden regelmatig water.
14. Conclusie over blauw kattenkruid (Nepeta racemosa ‘Walker’s Low’)
Blauw kattenkruid ‘Walker’s Low’ is een sterke en langbloeiende vaste plant met een brede, natuurlijke groeiwijze. Het aromatische grijsgroene blad vormt vanaf het voorjaar een aantrekkelijk bladerdek. Vervolgens verschijnen talrijke lavendelblauwe tot violetblauwe bloemen op rijk vertakte stengels.
Hoewel de naam anders doet vermoeden, blijft deze cultivar niet laag. De bloeiende plant kan ongeveer 50 tot 80 centimeter hoog en 60 tot 90 centimeter breed worden. Daarom komt ‘Walker’s Low’ het beste tot zijn recht in een middelgrote of ruime border.
De losse stengels vormen een luchtige bloemenwolk die harde lijnen verzacht. Bovendien laat de blauwe bloemkleur zich gemakkelijk combineren met witte, gele, roze, rode en paarse tinten. Het grijsgroene blad verbindt uiteenlopende kleuren en bladstructuren met elkaar.
Een zonnige standplaats en goed doorlatende grond leveren het beste resultaat. Op een schrale bodem blijft de plant steviger. Veel voeding of langdurige nattigheid veroorzaakt daarentegen slappe stengels en kan wortelproblemen opleveren.
Het onderhoud blijft overzichtelijk. Knip aan het einde van de winter het oude loof weg en snoei na de eerste bloeigolf opnieuw. Vervolgens verschijnt fris blad en ontstaat meestal een tweede bloeiperiode. Door oudere pollen na enkele jaren te delen, houdt u de plant vitaal.
Daarnaast bezoeken bijen, hommels en andere bestuivende insecten de bloemen graag. Door de lange bloeiperiode levert ‘Walker’s Low’ gedurende een groot deel van de zomer nectar. Zo combineert de cultivar sierwaarde met ecologische betekenis.
Wie voldoende ruimte beschikbaar heeft, krijgt met ‘Walker’s Low’ een betrouwbare borderplant die jarenlang kleur, beweging en samenhang biedt. Vooral tussen hogere vaste planten, rozen en siergrassen komt zijn brede bloemenwolk prachtig tot zijn recht.
Maak een schetsafspraak
Heeft u hulp nodig bij het maken van een tuinontwerp en/of het samenstellen van een beplantingsplan? Maak dan een afspraak met de Schetsservice!