Pimpernel (Sanguisorba officinalis ‘Tanna’)
Pimpernel (Sanguisorba officinalis ‘Tanna’) is een compacte vaste plant met fijn geveerd blad en donkerrode tot zwartrode bloemhoofdjes op dunne, stevige stengels. Vooral het contrast tussen de lage bladpol en de luchtig zwevende bloemen geeft deze cultivar zijn karakteristieke uitstraling. Daardoor past ‘Tanna’ bijzonder goed in natuurlijke borders, prairiebeplantingen en combinaties met siergrassen.
In vergelijking met de botanische soort blijft ‘Tanna’ duidelijk lager en compacter. De bloemstengels bereiken meestal ongeveer 50 tot 70 cm hoogte, terwijl het blad veel lager blijft. Bovendien bloeit de plant langdurig in de zomer en blijven de donkere bloemhoofdjes ook tijdens het uitbloeien decoratief.
Pimpernel combineert een natuurlijke uitstraling met een nette, polvormende groei. Daardoor kun je Sanguisorba officinalis ‘Tanna’ zowel in grotere groepen als tussen andere vaste planten gebruiken zonder dat de plant gaat overheersen.
Maak een schetsafspraak
Heeft u hulp nodig bij het maken van een tuinontwerp en/of het samenstellen van een beplantingsplan? Maak dan een afspraak met de Schetsservice!
1. Herkomst en naamverklaring van pimpernel (Sanguisorba officinalis ‘Tanna’)
Pimpernel (Sanguisorba officinalis ‘Tanna’) behoort tot de rozenfamilie (Rosaceae). De botanische soort Sanguisorba officinalis, in het Nederlands grote pimpernel genoemd, heeft een zeer groot natuurlijk verspreidingsgebied in de gematigde delen van het noordelijk halfrond. De soort komt van nature voor in Europa en Azië en daarnaast in delen van Noord-Amerika. Ook Nederland en België behoren tot het natuurlijke verspreidingsgebied.
In de natuur groeit grote pimpernel vooral in vochtige graslanden, hooilanden en andere open vegetaties. Daardoor geeft de soort de voorkeur aan een bodem die tijdens het groeiseizoen voldoende vocht vasthoudt.
De geslachtsnaam Sanguisorba is afgeleid van de Latijnse woorden sanguis, dat bloed betekent, en sorbere, dat opnemen of absorberen betekent. Die naam verwijst naar het traditionele gebruik van verschillende pimpernelsoorten als geneeskruid bij bloedingen.
De soortnaam officinalis werd vroeger veel gebruikt voor planten die een plaats hadden in de traditionele apotheek of geneeskunde. Ook Sanguisorba officinalis kende historisch verschillende medicinale toepassingen.
‘Tanna’ is een compacte selectie van grote pimpernel. Nederlandse gespecialiseerde kwekers beschrijven de cultivar als een lage Japanse selectie. De precieze oorsprong en betekenis van de cultivarnaam ‘Tanna’ zijn echter niet betrouwbaar genoeg gedocumenteerd om daar een verdere naamverklaring aan te verbinden.
De Royal Horticultural Society gebruikt tegenwoordig Sanguisorba ‘Tanna’ als geaccepteerde naam. Sanguisorba officinalis ‘Tanna’, de naam waaronder de cultivar in Nederland en België algemeen wordt verkocht, staat bij de RHS als synoniem vermeld.
2. Algemene informatie over pimpernel (Sanguisorba officinalis ‘Tanna’)
Wetenschappelijke naam: Sanguisorba officinalis ‘Tanna’
Actuele RHS-notatie: Sanguisorba ‘Tanna’; Sanguisorba officinalis ‘Tanna’ wordt door de RHS als synoniem vermeld
Nederlandse naam: pimpernel, ook grote pimpernel
Plantenfamilie: Rosaceae
Planttype: bladverliezende, kruidachtige vaste plant
Herkomst botanische soort: gematigde delen van het noordelijk halfrond; Sanguisorba officinalis is ook inheems in Nederland en België
Hoogte: ongeveer 50–70 cm tijdens de bloei
Bladhoogte: ongeveer 20–30 cm
Breedte: ongeveer 30–50 cm
Plantdichtheid: circa 7–9 planten per m²
Groeiwijze: compact, polvormend, bossig en niet of nauwelijks woekerend
Groeisnelheid: gemiddeld
Standplaats: zon tot halfschaduw
Bodem: humusrijk, voedzaam en vochthoudend maar goed doorlatend
Zuurgraad: zuur, neutraal tot kalkhoudend
Blad: oneven geveerd en fijn verdeeld in langwerpige tot ovale, duidelijk getande deelblaadjes
Bladkleur: groen tot blauwgroen
Wintergroen: nee
Bloeiperiode: juni–september
Bloemkleur: donkerrood tot zwartrood
Bloemvorm: kleine bloemen dicht opeen in korte, eivormige tot cilindrische bloemhoofdjes
Bloemstengels: dun, stevig, vertakt en vrijwel bladloos boven de lage bladpol
Winterhardheid: zeer goed winterhard
RHS-winterhardheid: H7, lager dan -20 °C
Wintervocht: verdraagt normale wintervochtigheid, maar vermijd langdurig waterverzadigde grond
Vermeerdering: delen in het voorjaar of najaar; voor behoud van de cultivareigenschappen vegetatief vermeerderen
Toepassing: vasteplantenborder, prairiebeplanting, natuurlijke tuin, voor- en middenborder, groepsbeplanting, snijbloem en bloemrijke beplanting
3. Uiterlijk en kenmerken van pimpernel (Sanguisorba officinalis ‘Tanna’)
Pimpernel ‘Tanna’ vormt een compacte pol van fijn geveerd blad. Vanuit deze lage bladpol groeien in de zomer talrijke dunne bloemstengels omhoog. Daardoor ontstaat een duidelijk verschil tussen de compacte basis van de plant en de luchtige bloei erboven.
De bladpol blijft meestal ongeveer 20 tot 30 cm hoog. Tijdens de bloei bereikt de plant ongeveer 50 tot 70 cm. Daarmee blijft ‘Tanna’ aanzienlijk compacter dan de botanische soort, die onder gunstige omstandigheden ruim een meter hoog kan worden.
De bloemstengels zijn dun, stevig en sterk vertakt. Aan de uiteinden verschijnen korte donkerrode bloemhoofdjes. Omdat de stengels visueel nauwelijks massa hebben, lijken de bloemen op enige afstand boven het blad te zweven.
Deze transparante groeiwijze maakt ‘Tanna’ bijzonder geschikt om tussen andere vaste planten te gebruiken. Je kijkt als het ware door de bloemstengels heen, waardoor de plant geen gesloten blok in de border vormt.
Ondanks de fijne uitstraling blijft de plant stevig. De stengels bewegen gemakkelijk mee met de wind, maar hebben doorgaans geen ondersteuning nodig. Daardoor blijft de natuurlijke vorm ook in een losse prairie- of borderbeplanting goed behouden.
‘Tanna’ groeit polvormend en breidt zich geleidelijk uit vanuit de basis. De cultivar vormt geen agressieve uitlopers en is daardoor goed naast andere vaste planten te gebruiken.
4. Blad en sierwaarde van pimpernel (Sanguisorba officinalis ‘Tanna’)
Het blad vormt een lage en relatief dichte pol. De bladeren zijn oneven geveerd en bestaan uit meerdere kleine deelblaadjes die tegenover elkaar langs de bladsteel staan.
De afzonderlijke deelblaadjes zijn langwerpig tot ovaal en hebben een duidelijk gezaagde bladrand. Daardoor heeft het blad van dichtbij een verfijnde structuur. De bladeren van de botanische soort kunnen vrij groot worden, maar door de compacte groei van ‘Tanna’ blijft het totale bladbeeld laag en beheerst.
De bladkleur varieert van frisgroen tot enigszins blauwgroen. Vooral vóór de bloei vormt de lage bladpol een rustige groene basis in de border.
Wanneer de bloemstengels verschijnen, verandert het beeld sterk. De dunne stengels groeien ruim boven het blad uit en dragen aan hun uiteinden de donkere bloemhoofdjes. Daardoor blijft de bladpol visueel gescheiden van de bloei.
Juist dit verschil tussen laag blad en hoge, ijle bloemstengels vormt een belangrijke sierwaarde. De plant neemt op grondniveau duidelijk ruimte in, maar blijft daarboven transparant. Daardoor kun je ‘Tanna’ uitstekend combineren met andere planten die gelijktijdig bloeien.
Na de bloei blijven de donkere bloemhoofdjes nog geruime tijd aantrekkelijk. Daardoor hoeft de plant niet direct te worden teruggeknipt zodra de bloemen hun maximale kleur verliezen.
In de herfst begint het blad af te sterven. Pimpernel is niet wintergroen en verdwijnt gedurende de winter uiteindelijk grotendeels bovengronds. In het voorjaar loopt de plant opnieuw vanuit de ondergrondse delen uit.
5. Bloei van pimpernel (Sanguisorba officinalis ‘Tanna’)
Pimpernel ‘Tanna’ bloeit langdurig in de zomer. De eerste bloemhoofdjes kunnen vanaf juni verschijnen, terwijl de bloei onder gunstige omstandigheden tot september doorgaat. De hoofdbloei ligt meestal in juli en augustus.
De afzonderlijke bloemen zijn zeer klein. Ze staan echter dicht tegen elkaar in korte, compacte bloemhoofdjes. Daardoor ontstaan karakteristieke eivormige tot kort cilindrische bloeiaren.
De bloemkleur varieert van donkerrood tot diep wijnrood of bijna zwartrood. Vooral tegen het groene tot blauwgroene blad valt deze donkere kleur sterk op.
De bloemhoofdjes staan aan dunne, vertakte stengels die duidelijk boven de lage bladpol uitsteken. Daardoor lijkt iedere bloeiwijze afzonderlijk in de border te zweven. Wanneer de wind beweegt, bewegen de stengels licht mee en ontstaat een levendig maar verfijnd effect.
De bloemvorm verschilt sterk van die van veel klassieke borderplanten. ‘Tanna’ vormt geen grote afzonderlijke bloemen, maar kleine donkere accenten die zich als stippen door een beplanting verspreiden. Daardoor is de plant vooral waardevol voor ritme en structuur.
Ook uitgebloeide bloemhoofdjes blijven enige tijd decoratief. Ze behouden hun compacte vorm en donkere tint, waardoor je ze na de bloei niet meteen hoeft te verwijderen.
Daarnaast zijn de bloemstengels geschikt om te snijden. De bijzondere vorm combineert goed met grotere bloemen in boeketten, terwijl de donkere bloemhoofdjes een fijn contrast toevoegen.
6. Standplaats en bodem voor pimpernel (Sanguisorba officinalis ‘Tanna’)
Pimpernel ‘Tanna’ groeit het best in de zon tot lichte halfschaduw. Op een zonnige standplaats blijft de groei compact en ontwikkelt de plant veel bloemstengels. Lichte halfschaduw is eveneens mogelijk, vooral wanneer de bodem daar voldoende vochtig blijft.
Een humusrijke, voedzame en vochthoudende bodem heeft de voorkeur. Toch moet overtollig water gemakkelijk kunnen wegzakken. Vooral langdurig waterverzadigde grond in de winter is minder geschikt.
De botanische soort Sanguisorba officinalis groeit van nature onder andere in vochtige graslanden. Ook ‘Tanna’ waardeert daarom een bodem die tijdens het groeiseizoen niet volledig uitdroogt. Eenmaal goed gevestigd blijkt de cultivar echter behoorlijk tolerant en kan hij tijdelijke drogere perioden goed doorstaan.
Op lichte zandgrond kun je vóór het planten compost of andere goed verteerde organische stof door de bovenlaag mengen. Daardoor houdt de bodem meer vocht en voedingsstoffen vast. Op zware kleigrond is vooral een goede structuur belangrijk, zodat regenwater niet langdurig rond de wortels blijft staan.
Pimpernel verdraagt zowel licht zure, neutrale als kalkhoudende grond. De bodemstructuur en vochtvoorziening zijn daarom belangrijker dan een specifieke pH-waarde.
Geef jonge planten tijdens langdurige droge perioden extra water. Wanneer de pol eenmaal goed is ontwikkeld, vraagt ‘Tanna’ weinig aanvullende verzorging. Een standplaats met voldoende licht, een voedzame bodem en een gelijkmatige vochtvoorziening zorgt voor de rijkste en langste bloei.
7. Toepassing en combinaties met pimpernel (Sanguisorba officinalis ‘Tanna’)
Pimpernel ‘Tanna’ is vooral waardevol door zijn combinatie van een lage bladpol en luchtige donkerrode bloemhoofdjes. Daardoor voegt de plant hoogte toe zonder een beplanting visueel af te sluiten. Dit maakt de cultivar bijzonder geschikt voor natuurlijke borders, prairiebeplantingen en combinaties met siergrassen.
Door zijn compacte hoogte kun je ‘Tanna’ vooraan of in het midden van een border gebruiken. In een grotere groep ontstaat een ritmisch patroon van donkere bloemhoofdjes, terwijl afzonderlijke planten juist tussen andere vaste planten kunnen worden geweven.
Geschikte combinatieplanten zijn onder andere:
- duizendblad (Achillea millefolium 'Red Velvet') – de vlakke bloemschermen vormen een sterke harmonie met de kleine donkerrode bloemhoofdjes van pimpernel;
- zonnehoed (Echinacea purpurea) – combineert grotere bloemhoofden met de fijne, luchtige structuur van ‘Tanna’;
- ooievaarsbek (Geranium 'Patricia') – vult de ruimte rond de lage bladpol en zorgt voor aanvullende bloemkleur;
- kattenkruid (Nepeta) – geeft met zijn blauwviolette bloei een mooi kleurcontrast met de donkerrode bloemen;
- salie (Salvia nemorosa) – voegt verticale bloeiaren toe en versterkt het ritme in een zonnige border;
- prachtkaars (Gaura lindheimeri) – sluit met zijn losse groeiwijze goed aan bij het luchtige karakter van pimpernel;
- pijpenstrootje (Molinia caerulea) – combineert transparante grasstengels met de donkere bloemhoofdjes en zorgt later in het jaar voor extra structuur;
- vedergras (Stipa tenuissima) – geeft beweging en een fijne bladstructuur rond de compacte pollen van ‘Tanna’.
De donkere bloemkleur combineert goed met roze, zachtgeel, wit, blauwviolet en verschillende grijstinten. Bovendien zorgen de kleine bloemhoofdjes voor rust tussen planten met grotere of opvallender bloemen.
Ontwerptip: ik gebruik ‘Tanna’ graag in herhaalde groepjes door een border in plaats van als één grote gesloten massa. De donkerrode bloemhoofdjes keren dan op verschillende plaatsen terug en verbinden de beplanting visueel, terwijl de transparante stengels het geheel luchtig houden.
8. Groeiwijze en onderhoud van pimpernel (Sanguisorba officinalis ‘Tanna’)
Pimpernel ‘Tanna’ groeit compact en polvormend. De lage bladpol breidt zich geleidelijk uit met korte ondergrondse wortelstokken, maar de plant gedraagt zich niet agressief. Daardoor blijft hij goed te combineren met andere vaste planten.
In het voorjaar verschijnt eerst het frisse geveerde blad. Vervolgens groeien vanaf het begin van de zomer de dunne bloemstengels boven de pol uit. Ondanks hun fijne uiterlijk zijn deze stengels stevig en hebben ze doorgaans geen ondersteuning nodig.
De plant vraagt weinig onderhoud. Geef tijdens langdurige droge perioden water, vooral wanneer ‘Tanna’ nog maar kort op zijn standplaats staat. Een laag compost in het voorjaar ondersteunt de groei en helpt bovendien om het bodemvocht beter vast te houden.
Uitgebloeide bloemhoofdjes hoeven niet direct te verdwijnen. Ze behouden lange tijd hun vorm en blijven daardoor ook na de hoofdbloei decoratief. Wil je een netter beeld of een eventuele tweede bloeiperiode stimuleren, dan kun je oude bloemstengels eerder terugknippen.
Laat de plant in het najaar bij voorkeur enige tijd staan. De donkere bloemstengels geven nog structuur aan de border. Zodra de bovengrondse delen volledig zijn afgestorven, kun je ze in het late najaar of vroege voorjaar dicht boven de grond afknippen.
Na enkele jaren kan een grote pol minder krachtig gaan groeien of in het midden opener worden. Graaf de plant dan in het voorjaar of najaar op en verdeel de pol in verschillende gezonde stukken. Daardoor verjong je de plant en krijg je tegelijkertijd nieuw plantmateriaal.
9. Vermeerdering van deze pimpernel
Pimpernel ‘Tanna’ kun je het eenvoudigst vermeerderen door de pol te delen. Daarmee blijven de karakteristieke eigenschappen van de cultivar behouden.
Het voorjaar en het vroege najaar zijn hiervoor geschikte perioden. Graaf een goed ontwikkelde plant voorzichtig uit en verdeel de wortelkluit met een scherpe spade of een schoon mes in enkele delen.
Zorg dat ieder deel voldoende gezonde wortels en meerdere groeipunten heeft. Plant de delen vervolgens direct opnieuw op dezelfde diepte als waarop de oorspronkelijke plant groeide.
Geef na het planten ruim water, zodat de grond goed rond de wortels aansluit. Houd de bodem tijdens de eerste weken gelijkmatig vochtig totdat de nieuwe planten opnieuw beginnen te groeien.
Ook zaaien is bij het geslacht Sanguisorba mogelijk. Gebruik deze methode echter niet wanneer je planten wilt krijgen die exact dezelfde eigenschappen als ‘Tanna’ behouden. Zaailingen kunnen namelijk afwijken in hoogte, bloemkleur, bloemvorm en groeiwijze.
Voor het zuiver behouden van ‘Tanna’ heeft vegetatieve vermeerdering door delen daarom de voorkeur.
10. Verwante soorten en cultivars van Sanguisorba
Onderstaande soorten en cultivars worden regelmatig of recent in Nederland en België gekweekt of verkocht.
- Sanguisorba officinalis – de botanische soort; een hogere grote pimpernel met geveerd blad en donkerrode bloemhoofdjes, die van nature ook in Nederland en België voorkomt.
- Sanguisorba officinalis ‘Arnhem’ – hoge selectie met donkerrode bloemaren op stevige, luchtige stengels; vooral geschikt voor het midden en achterste deel van natuurlijke borders.
- Sanguisorba officinalis ‘Morning Select’ – opgaande selectie met donkerrode bloemhoofdjes die boven een stevige bladpol staan.
- Sanguisorba officinalis ‘Pink Tanna’ – zaailing van ‘Tanna’ met langwerpiger roze bloemhoofdjes en een duidelijk hogere groei tot ongeveer 1 meter.
- Sanguisorba officinalis ‘Tanna’ – compacte selectie met een lage bladpol en donkerrode tot zwartrode bloemhoofdjes op fijne stengels.
11. Pimpernel (Sanguisorba officinalis ‘Tanna’) en biodiversiteit
Pimpernel ‘Tanna’ draagt tijdens de lange zomerbloei bij aan de biodiversiteit in de tuin. De kleine bloemen staan dicht opeen in donkerrode bloemhoofdjes en bieden insecten gemakkelijk toegang tot nectar en stuifmeel.
Vooral bijen en verschillende soorten vliegen bezoeken de bloemen. Ook zweefvliegen en andere bestuivende insecten kunnen op de bloemhoofdjes foerageren. De botanische soort Sanguisorba officinalis staat bovendien bekend als een waardevolle voedselplant voor bestuivers.
De bloei begint vanaf juni en kan tot in september doorgaan. Daardoor levert ‘Tanna’ gedurende een lange periode voedsel, terwijl sommige vroegbloeiende vaste planten dan al zijn uitgebloeid. Toch krijgt een tuin een grotere ecologische waarde wanneer je pimpernel combineert met planten die zowel eerder als later in het seizoen bloeien.
Ook de luchtige groeiwijze heeft voordelen. De lage bladpol bedekt de bodem gedeeltelijk, terwijl tussen de bloemstengels voldoende ruimte overblijft voor andere planten. Daardoor kan een gevarieerde vegetatie ontstaan met verschillende hoogtes en bloemvormen.
Laat uitgebloeide bloemstengels bovendien enige tijd staan. Ze behouden hun structuur en bieden tussen de overige vaste planten extra schuilmogelijkheden voor kleine insecten. In het late najaar en de winter sterven de bovengrondse delen geleidelijk af.
Voor een insectvriendelijke border combineert ‘Tanna’ goed met bijvoorbeeld salie, duizendblad, kattenkruid en zonnehoed. Zo ontstaat niet alleen een aantrekkelijk beplantingsbeeld, maar ook een groter en langduriger voedselaanbod voor bestuivers.
12. Problemen en ziekten bij deze pimpernel
Pimpernel ‘Tanna’ is over het algemeen een sterke en gezonde vaste plant. Op een geschikte standplaats komen ernstige ziekten nauwelijks voor. De RHS beschouwt Sanguisorba ‘Tanna’ dan ook als doorgaans ziektevrij.
Slakken kunnen vooral in het voorjaar schade veroorzaken aan jonge scheuten en bladeren. Zodra de plant groter en steviger wordt, valt de schade meestal minder op. Controleer jonge planten daarom vooral tijdens vochtige perioden.
Een te droge bodem vormt in de praktijk een belangrijker probleem. ‘Tanna’ houdt van een vochthoudende grond en reageert minder goed wanneer de bodem tijdens de zomer langdurig uitdroogt. Het blad kan dan slap gaan hangen of vroegtijdig verdrogen, terwijl ook de bloei minder rijk kan worden.
Geef tijdens langdurige droge perioden daarom extra water. Een laag compost of organische mulch helpt bovendien om vocht langer in de bodem vast te houden.
Tegelijk verdraagt pimpernel geen voortdurend waterverzadigde bodem. Vooral in de winter moet overtollig regenwater voldoende kunnen wegzakken. Verbeter op zware grond daarom zo nodig de bodemstructuur voordat je ‘Tanna’ plant.
Op een sterk beschaduwde plek kunnen de bloemstengels langer en slapper worden. Bovendien neemt de bloeirijkheid dan af. Zon tot lichte halfschaduw geeft daarom het beste resultaat.
De compacte pol kan na meerdere jaren in het midden minder vitaal worden. Graaf de plant dan op en deel hem in enkele gezonde stukken. Daardoor verjong je de pol en blijft de groei krachtig.
13. Veelgestelde vragen over pimpernel (Sanguisorba officinalis ‘Tanna’)
Hoe hoog wordt pimpernel ‘Tanna’?
Pimpernel ‘Tanna’ wordt tijdens de bloei meestal ongeveer 50 tot 70 cm hoog. De bladpol blijft met ongeveer 20 tot 30 cm duidelijk lager. Daardoor zweven de donkerrode bloemhoofdjes luchtig boven het blad.
Wanneer bloeit pimpernel ‘Tanna’?
‘Tanna’ bloeit meestal van juni tot september, met de rijkste bloei in juli en augustus. Bovendien blijven de donkere bloemhoofdjes ook tijdens het uitbloeien nog enige tijd decoratief.
Is pimpernel ‘Tanna’ winterhard?
Ja. ‘Tanna’ is zeer goed winterhard. De RHS geeft winterhardheidsklasse H7, wat betekent dat de plant temperaturen beneden -20 °C kan verdragen. De bovengrondse delen sterven in de winter af en lopen in het voorjaar opnieuw uit.
Welke standplaats heeft pimpernel ‘Tanna’ nodig?
‘Tanna’ groeit het best in de zon tot lichte halfschaduw. Op een zonnige plek bloeit de plant meestal het rijkst, terwijl lichte halfschaduw vooral op een voldoende vochthoudende bodem goed mogelijk is.
Welke bodem heeft pimpernel ‘Tanna’ nodig?
Pimpernel ‘Tanna’ houdt van een humusrijke, voedzame en vochthoudende maar goed doorlatende bodem. Laat de grond tijdens de zomer bij voorkeur niet langdurig uitdrogen. Tegelijk moet overtollig winterwater gemakkelijk kunnen wegzakken.
Moet pimpernel ‘Tanna’ worden ondersteund?
Nee, meestal niet. De dunne bloemstengels zien er kwetsbaar uit, maar zijn verrassend stevig. Ze bewegen mee met de wind en blijven onder normale omstandigheden zonder ondersteuning overeind.
Moet pimpernel ‘Tanna’ na de bloei worden teruggeknipt?
Nee, dat hoeft niet direct. De uitgebloeide bloemhoofdjes blijven nog geruime tijd decoratief. Je kunt de afgestorven stengels in het late najaar verwijderen, maar ook tot het vroege voorjaar laten staan en ze dan dicht boven de grond afknippen.
Is pimpernel ‘Tanna’ aantrekkelijk voor bijen?
Ja. De kleine open bloemen leveren nectar en stuifmeel en trekken onder andere bijen en verschillende soorten vliegen aan. Daardoor vormt ‘Tanna’ een waardevolle aanvulling op een gevarieerde insectvriendelijke border.
Woekert pimpernel ‘Tanna’?
Nee. ‘Tanna’ groeit compact en polvormend en breidt zich slechts geleidelijk uit. Daardoor kun je de cultivar gemakkelijk tussen andere vaste planten toepassen zonder dat hij snel grote delen van de border overneemt.
Kan pimpernel ‘Tanna’ in een pot groeien?
Ja, ‘Tanna’ kan door zijn compacte groei ook in een ruime pot groeien. Gebruik een voedzaam en vochthoudend substraat en geef tijdens warme perioden regelmatig water. In de volle grond ontwikkelt de plant zich echter gemakkelijker tot een langdurig sterke pol.
14. Conclusie over pimpernel (Sanguisorba officinalis ‘Tanna’)
Pimpernel (Sanguisorba officinalis ‘Tanna’) is een compacte vaste plant die vooral opvalt door de combinatie van een lage bladpol en donkerrode bloemhoofdjes op fijne, luchtige stengels. Daardoor neemt de plant wel duidelijk ruimte in de border in, maar sluit hij het zicht op omliggende planten niet af.
De lange bloeiperiode vormt een belangrijk voordeel. Vanaf juni tot in september verschijnen steeds nieuwe bloemhoofdjes en ook daarna behouden de uitgebloeide bloemen nog enige sierwaarde. Bovendien bewegen de dunne stengels mooi met de wind mee.
Door zijn beperkte hoogte past ‘Tanna’ gemakkelijk vooraan of in het midden van een border. Vooral tussen siergrassen en losse vaste planten komt de transparante groeiwijze goed tot zijn recht. Herhaling van enkele kleine groepen zorgt daarbij voor ritme zonder dat een zwaar beplantingsblok ontstaat.
Een vochthoudende maar goed doorlatende bodem geeft het beste resultaat. Zodra de plant goed is gevestigd, vraagt hij weinig onderhoud. Daarnaast hoeft ‘Tanna’ meestal niet te worden ondersteund en komen ernstige ziekten nauwelijks voor.
Ook voor bestuivers heeft de plant waarde. De kleine bloemen leveren tijdens de zomer nectar en stuifmeel en vullen daarmee het voedselaanbod van andere bloeiende vaste planten aan.
Juist de combinatie van compacte groei, donkerrode bloemkleur, lange bloei en transparante structuur maakt ‘Tanna’ bijzonder bruikbaar in een eigentijds beplantingsplan. Pimpernel is daardoor niet alleen een mooie bloeier, maar vooral een plant waarmee je ritme, beweging en diepte in een border kunt creëren.
Maak een schetsafspraak
Heeft u hulp nodig bij het maken van een tuinontwerp en/of het samenstellen van een beplantingsplan? Maak dan een afspraak met de Schetsservice!