Lampenpoetsersgras (Pennisetum alopecuroides 'Little Bunny')

  • Plantomschrijving
  • Details

Lampenpoetsersgras (Pennisetum alopecuroides ‘Little Bunny’) is een opvallend laagblijvend siergras. Deze cultivar vormt compacte, ronde pollen van smal frisgroen blad. Daardoor past hij uitstekend in kleine tuinen, lage borders, rotstuinen en plantenbakken.

In de zomer verschijnen korte, borstelvormige bloeiaren tussen en net boven het blad. Aanvankelijk hebben deze een groenachtig witte tot crèmekleurige tint. Vervolgens verkleuren ze geleidelijk naar beige en lichtbruin. De pluimen lijken op kleine flessenborstels en bewegen sierlijk mee met de wind.

‘Little Bunny’ blijft aanzienlijk lager dan bekende cultivars zoals ‘Hameln’. Toch bezit de plant dezelfde fonteinachtige groeiwijze en karakteristieke winterstructuur. Het siergras groeit het beste op een warme, zonnige plaats met goed doorlatende grond. Bovendien bevordert een gelijkmatig licht vochtige bodem de ontwikkeling van blad en bloeiaren. Vooral langdurig natte wintergrond moet echter worden vermeden.


Maak een schetsafspraak

Wilt u lampenpoetsersgras ‘Little Bunny’ toepassen als compact siergras langs een pad, in een kleine border of in plantenbakken? Een goed beplantingsplan stemt hoogte, plantafstand, herhaling en de combinatie met vaste planten zorgvuldig op elkaar af.

Maak dan een afspraak met de Schetsservice!


1. Herkomst en naamverklaring van lampenpoetsersgras (Pennisetum alopecuroides ‘Little Bunny’)

De botanische soort Pennisetum alopecuroides komt van nature voor in delen van Oost-Azië, Zuidoost-Azië en Australië. Daar groeit het gras onder andere op open graslanden, langs bosranden, op vochtige weiden en aan zonnige oevers. De bodem kan tijdens het groeiseizoen vochtig zijn, maar overtollig water kan op de natuurlijke groeiplaatsen doorgaans voldoende wegzakken.

‘Little Bunny’ is een gecultiveerde dwergselectie van deze botanische soort. De Engelse cultivarnaam betekent ‘klein konijntje’. Deze naam past bij het bescheiden formaat en de zachte, korte bloeiaren. Bovendien behoort ‘Little Bunny’ tot de laagste cultivars binnen deze groep lampenpoetsersgrassen.

De geslachtsnaam Pennisetum is afgeleid van de Latijnse woorden ‘penna’, dat veer betekent, en ‘seta’, dat verwijst naar een borstelhaar of stoppel. Daarmee beschrijft de naam de opvallende haren rond de kleine bloemaartjes. De soortaanduiding alopecuroides betekent ‘op Alopecurus lijkend’. Het geslacht Alopecurus omvat de vossenstaartgrassen.

De Nederlandse naam lampenpoetsersgras verwijst naar de cilindervormige bloeiaren. Deze lijken namelijk op de borstels waarmee vroeger glazen lampencilinders werden schoongemaakt. Ook de naam borstelveergras komt voor, maar lampenpoetsersgras is in Nederland de gangbaarste benaming.

Nieuwere botanische indelingen plaatsen de soort soms in het geslacht Cenchrus. Daardoor komt ook de naam Cenchrus alopecuroides ‘Little Bunny’ voor. De Royal Horticultural Society gebruikt echter de geaccepteerde tuinbouwkundige notatie Pennisetum alopecuroides ‘Little Bunny’. Daarom houden we deze naam als hoofdnotatie aan.


2. Algemene informatie over lampenpoetsersgras (Pennisetum alopecuroides ‘Little Bunny’)

Wetenschappelijke naam: Pennisetum alopecuroides ‘Little Bunny’
Actuele RHS-notatie: Pennisetum alopecuroides ‘Little Bunny’
Botanisch synoniem: Cenchrus alopecuroides ‘Little Bunny’
Nederlandse naam: lampenpoetsersgras
Plantenfamilie: Poaceae
Planttype: bladverliezend, polvormend siergras
Herkomst botanische soort: Oost-Azië, Zuidoost-Azië en delen van Australië
Hoogte: ongeveer 30 tot 40 centimeter, inclusief bloeiaren
Bladhoogte: ongeveer 20 tot 30 centimeter
Breedte: ongeveer 30 tot 40 centimeter
Plantdichtheid: circa 7 tot 9 planten per vierkante meter
Groeiwijze: zeer compact, polvormend en licht overhangend
Groeisnelheid: langzaam tot gemiddeld
Standplaats: volle zon; lichte halfschaduw wordt verdragen, maar kan de bloei verminderen
Bodem: humusrijk, matig voedselrijk, licht vochthoudend en goed doorlatend
Zuurgraad: licht zuur tot licht kalkhoudend
Blad: smal, fijn en licht overhangend
Bladkleur: frisgroen, in de herfst verkleurend naar geel en vervolgens strobruin
Bladvorm en structuur: lijnvormig, dicht opeenstaand en licht ruw aanvoelend
Bloeiwijze: korte, cilindervormige en borstelachtige bloeiaren
Bloemkleur: groenachtig wit tot crèmekleurig, later beige tot lichtbruin
Bloeiperiode: juli tot en met oktober
Vruchten: kleine graanvruchten tussen de borstelharen van de bloeiaren
Wintergroen: nee; het verdroogde loof blijft doorgaans gedurende de winter staan
Winterhardheid: goed winterhard op een beschutte, goed doorlatende standplaats
Bijzonderheden: een van de laagste cultivars van Pennisetum alopecuroides, geschikt voor kleine tuinen en plantenbakken


Bijzonder kenmerk

Lampenpoetsersgras ‘Little Bunny’ combineert de karakteristieke borstelvormige bloeiaren van lampenpoetsersgras met een uitzonderlijk compacte groeiwijze. Daardoor kan deze cultivar worden toegepast op plaatsen waar ‘Hameln’ en andere hogere selecties te groot worden. Bovendien behoudt de kleine pol tot ver in de winter zijn herkenbare, ronde vorm.


3. Uiterlijk van lampenpoetsersgras (Pennisetum alopecuroides ‘Little Bunny’)

Lampenpoetsersgras ‘Little Bunny’ vormt een kleine, dicht bebladerde pol. Vanuit het centrum groeien talrijke fijne bladeren eerst schuin omhoog. Vervolgens buigen de uiteinden licht naar buiten. Daardoor ontstaat een compacte, ronde plantvorm die doet denken aan een kleine fontein.

Het blad bereikt doorgaans een hoogte van 20 tot 30 centimeter. De korte bloemstengels steken slechts beperkt boven het loof uit. Inclusief de bloeiaren wordt de plant meestal ongeveer 30 tot 40 centimeter hoog. Bovendien blijft de breedte vaak beperkt tot circa 30 à 40 centimeter.

Door zijn kleine formaat oogt ‘Little Bunny’ fijner en compacter dan ‘Hameln’. Toch bezit deze cultivar dezelfde karakteristieke vorm en beweging. De slanke bladeren en zachte bloeiaren reageren namelijk al op een lichte luchtstroom.

In de herfst verkleurt het frisgroene blad geleidelijk naar geel en vervolgens naar strobruin. Ondertussen veranderen de crèmekleurige bloeiaren in beige tot lichtbruine pluimpjes. De verdroogde pol behoudt meestal een groot deel van de winter zijn ronde silhouet. Daardoor biedt dit dwerggras ook buiten het groeiseizoen structuur.


4. Blad en sierwaarde

Het blad van Pennisetum alopecuroides ‘Little Bunny’ is smal, lijnvormig en frisgroen. De bladeren staan dicht bij elkaar en vormen samen een fijne, gelijkmatige pol. Aanvankelijk groeien ze vrij rechtop. Later buigen de bladpunten echter licht naar buiten, waardoor een zachte en natuurlijke vorm ontstaat.

Door de fijne bladstructuur vormt ‘Little Bunny’ een aantrekkelijk contrast met lage planten die ronde, stevige of vlezige bladeren hebben. Bovendien verzacht het siergras de randen van bestrating, stapstenen en plantenbakken. Het kleine formaat voorkomt daarbij dat aangrenzende lage planten snel aan het zicht worden onttrokken.

In de herfst krijgt het blad een gele tot goudgele tint. Vervolgens droogt het op tot strobruin. Hoewel de plant niet wintergroen is, blijft het verdroogde loof nog lange tijd decoratief. Rijp en dauw benadrukken bovendien de fijne lijnen van de bladeren en bloeiaren.

Het blad heeft geen opvallende geur. De sierwaarde ontstaat vooral door de compacte groeiwijze, het fijne lijnenspel en de subtiele beweging. Laat het afgestorven loof daarom gedurende de winter staan. Zo blijft de plant zichtbaar en krijgt het hart enige bescherming tegen kou en overtollig vocht.


5. Bloei van lampenpoetsersgras (Pennisetum alopecuroides ‘Little Bunny’)

De bloei van lampenpoetsersgras ‘Little Bunny’ begint doorgaans in juli of augustus. Een warme, zonnige zomer stimuleert de vorming van bloeiaren. Op een koele of te schaduwrijke standplaats kan de bloei daarentegen later beginnen of minder rijk uitvallen.

De kleine bloeiaren bestaan uit dicht opeengepakte aartjes met fijne borstelharen. Samen vormen deze een korte, cilindervormige bloeiwijze. Aanvankelijk zijn de aren groenachtig wit tot crèmekleurig. Daarna verkleuren ze langzaam naar beige en uiteindelijk naar lichtbruin.

De bloeiaren blijven dicht bij het blad en passen daardoor goed bij het bescheiden formaat van de plant. Ze steken voldoende boven de pol uit om zichtbaar te blijven, maar verstoren het compacte silhouet niet. Vooral bij tegenlicht vallen de zachte borstelharen duidelijk op.

Na de eigenlijke bloei behouden de aren nog lange tijd hun vorm. Hierdoor blijft ‘Little Bunny’ ook in de herfst aantrekkelijk. Bovendien kunnen enkele stengels worden afgeknipt voor kleine boeketten of droogbloemstukjes. Wie het winterbeeld belangrijk vindt, laat echter het grootste deel van de pluimen aan de plant staan.


6. Standplaats en bodem

Pennisetum alopecuroides ‘Little Bunny’ groeit het beste in de volle zon. Een warme, open standplaats bevordert namelijk een compacte groei en een rijke bloei. Lichte halfschaduw wordt verdragen, maar daar kan de pol losser worden en minder bloeiaren vormen.

De bodem mag humusrijk en matig voedselrijk zijn. Daarnaast heeft het siergras tijdens het groeiseizoen voorkeur voor een gelijkmatig licht vochtige grond. Een gevestigde plant verdraagt tijdelijke droogte, maar langdurig vochttekort kan bruine bladpunten en een beperkte bloei veroorzaken.

Een goede afwatering is vooral in de winter belangrijk. Koude, langdurig natte grond kan namelijk wortelrot veroorzaken. Verbeter zware kleigrond daarom met organisch materiaal en eventueel fijn grind of grof zand. Plant ‘Little Bunny’ bovendien niet in een laagte waarin regenwater zich verzamelt.

De zuurgraad mag variëren van licht zuur tot licht kalkhoudend. Daardoor groeit de plant in veel gangbare tuingronden. Overmatige bemesting is echter niet wenselijk. Te veel stikstof veroorzaakt een slappe groei en kan de bloei verminderen. Een dunne laag compost in het voorjaar biedt doorgaans voldoende voeding.

In een plantenbak is een luchtig en goed drainerend mengsel noodzakelijk. Zorg daarnaast voor voldoende afvoergaten. Geef tijdens warme perioden regelmatig water, maar laat geen water in een onderschaal staan.


7. Toepassing en combinaties met lampenpoetsersgras (Pennisetum alopecuroides ‘Little Bunny’)

Door zijn geringe hoogte is lampenpoetsersgras ‘Little Bunny’ bijzonder geschikt voor kleine tuinen en lage beplantingen. Gebruik het siergras bijvoorbeeld vooraan in een zonnige border, langs een tuinpad of tussen stapstenen. Daarnaast past de plant goed in een rotstuin, grindtuin en verhoogde border.

In een ruime plantenbak komt de compacte, ronde groeiwijze eveneens goed tot zijn recht. Herhaal daarvoor enkele pollen in afzonderlijke potten of combineer één exemplaar met lage vaste planten. Houd rondom voldoende ruimte vrij, zodat het fijne silhouet zichtbaar blijft.

Geschikte combinaties zijn onder andere:

Ontwerptip: gebruik ‘Little Bunny’ in kleine groepjes van drie, vijf of zeven planten. Daardoor ontstaat een rustig ritme, terwijl het compacte siergras voldoende zichtbaar blijft tussen lage bloeiende vaste planten.


8. Groei en onderhoud van lampenpoetsersgras (Pennisetum alopecuroides ‘Little Bunny’)

Lampenpoetsersgras ‘Little Bunny’ groeit vanuit een compacte, langzaam breder wordende pol. Omdat het een warmteminnend siergras is, komt de groei in het voorjaar relatief laat op gang. De eerste groene scheuten verschijnen vaak pas in april of mei. Daardoor kan de plant nog afgestorven lijken terwijl het groeipunt wel gezond is.

Laat het verdroogde blad en de oude bloeiaren gedurende de winter staan. Zo behoudt de plant zijn sierwaarde en krijgt het hart enige bescherming tegen kou en overtollig vocht. Knip de pol vervolgens tussen eind februari en begin april terug tot ongeveer 5 à 10 centimeter boven de grond. Gebruik daarbij handschoenen, want de fijne bladranden kunnen scherp aanvoelen.

Breng in het voorjaar eventueel een dunne laag compost aan. Meer bemesting is doorgaans niet nodig. Te veel stikstof veroorzaakt namelijk een losse groei en vermindert mogelijk de bloei.

Geef pas geplante exemplaren tijdens droge perioden regelmatig water. Een gevestigde pol verdraagt tijdelijke droogte beter. Toch bevordert een gelijkmatig licht vochtige bodem de vorming van nieuwe bladeren en bloeiaren. Verdeel oudere pollen zodra het centrum kaal wordt of wanneer de plant minder krachtig groeit.


9. Vermeerdering van lampenpoetsersgras (Pennisetum alopecuroides ‘Little Bunny’)

De betrouwbaarste manier om ‘Little Bunny’ te vermeerderen is door deling. Voer dit bij voorkeur in het voorjaar uit, zodra de eerste nieuwe scheuten zichtbaar worden. De bodem warmt dan op en de jonge delen hebben vervolgens voldoende tijd om vóór de winter een stevig wortelstelsel te vormen.

Graaf de pol voorzichtig uit en verdeel hem met een scherp mes of een kleine spade. Zorg ervoor dat ieder deel gezonde wortels en meerdere groeipunten bevat. Verwijder tegelijkertijd afgestorven of beschadigde delen uit het centrum.

Plant de gedeelde stukken op dezelfde diepte terug. Druk de grond daarna voorzichtig aan en geef ruim water. Houd de bodem tijdens de eerste weken licht vochtig, maar voorkom dat hij voortdurend nat blijft.

Vermeerdering uit zaad is minder geschikt. Zaailingen bezitten namelijk niet altijd dezelfde compacte groeiwijze en overige eigenschappen als de moederplant. Bovendien vormt ‘Little Bunny’ niet onder alle omstandigheden voldoende kiemkrachtig zaad. Door de plant te delen, blijven het geringe formaat en de kenmerkende bloei behouden.


10. Verwante soorten en cultivars

  • Pennisetum alopecuroides – de botanische soort; groeit hoger en bloeit meestal later dan ‘Little Bunny’.
  • Pennisetum alopecuroides ‘Cassian’s Choice’ – middelhoge cultivar met donkere bloeiaren en een warme herfstkleur.
  • Pennisetum alopecuroides ‘Hameln’ – compacte, rijkbloeiende cultivar die ongeveer tweemaal zo hoog wordt als ‘Little Bunny’.
  • Pennisetum alopecuroides ‘Little Bunny’ – zeer laagblijvende cultivar met korte, crèmekleurige bloeiaren.
  • Pennisetum alopecuroides ‘Little Honey’ – compacte selectie met opvallend witgestreept blad.
  • Pennisetum alopecuroides ‘Moudry’ – stevige cultivar met donkere, paarsbruine tot bijna zwarte bloeiaren.
  • Pennisetum alopecuroides ‘Red Head’ – krachtige, hoger groeiende cultivar met grote roodpaarse bloeiaren.


11. Lampenpoetsersgras en biodiversiteit (Pennisetum alopecuroides ‘Little Bunny’)

Lampenpoetsersgras ‘Little Bunny’ levert bijen en vlinders weinig nectar. Net als andere grassen vertrouwt de plant voornamelijk op bestuiving door de wind. Daarom heeft hij als voedselplant minder waarde dan rijkbloeiende vaste planten.

Toch draagt de compacte pol bij aan de structuur van een gevarieerde beplanting. Kleine insecten kunnen tussen de dicht opeenstaande bladeren beschutting vinden. Bovendien maken spinnen soms hun web tussen het loof en de korte bloemstengels.

Wanneer de verdroogde pol gedurende de winter blijft staan, biedt hij ook in het koude seizoen dekking aan kleine dieren. De zaden kunnen daarnaast in beperkte mate als voedsel dienen voor vogels. De grootste ecologische waarde ontstaat echter wanneer ‘Little Bunny’ wordt gecombineerd met lage, nectarrijke planten.

Biodiversiteitstip: plant ‘Little Bunny’ tussen kattenkruid, bergsteentijm, bloedooievaarsbek en andere langdurig bloeiende vaste planten. Laat de verdroogde pollen bovendien tot het vroege voorjaar staan. Zo combineert u winterstructuur met voedsel en beschutting voor verschillende tuindieren.


12. Problemen en ziekten

Pennisetum alopecuroides ‘Little Bunny’ is doorgaans gezond en heeft weinig last van ziekten. Ongunstige groeiomstandigheden vormen dan ook een groter risico dan aantasting door insecten of schimmels.

Langdurig natte wintergrond veroorzaakt de meeste problemen. De wortels en het hart van de compacte pol kunnen daardoor rotten. Vervolgens loopt de plant in het voorjaar slecht of helemaal niet meer uit. Zorg daarom voor een goed doorlatende bodem en vermijd lage plekken waarin regenwater blijft staan.

Op een te donkere standplaats vormt ‘Little Bunny’ weinig bloeiaren. Het blad groeit daar bovendien langer en losser, waardoor de karakteristieke compacte vorm deels verloren gaat. Ook overmatige bemesting kan een slappe groei veroorzaken.

Tijdens aanhoudende droogte kunnen de bladpunten bruin worden. Geef dan ruim water, zodat het vocht diep in de bodem trekt. Planten in potten drogen sneller uit en vragen daarom meer aandacht.

Slakken kunnen het jonge voorjaarsblad soms beschadigen. Ernstige aantasting komt echter weinig voor. Schimmelproblemen blijven eveneens beperkt wanneer de pol voldoende zon en lucht krijgt en niet voortdurend nat staat.


13. Veelgestelde vragen over lampenpoetsersgras (Pennisetum alopecuroides ‘Little Bunny’)

Hoe hoog wordt lampenpoetsersgras ‘Little Bunny’?

De plant wordt inclusief bloeiaren ongeveer 30 tot 40 centimeter hoog. Het blad zelf blijft meestal 20 tot 30 centimeter hoog.

Wanneer bloeit lampenpoetsersgras ‘Little Bunny’?

De bloei begint doorgaans in juli of augustus. De bloeiaren blijven vervolgens tot in de herfst decoratief.

Is ‘Little Bunny’ kleiner dan ‘Hameln’?

Ja, ‘Little Bunny’ behoort tot de laagste cultivars. ‘Hameln’ wordt doorgaans ongeveer 60 tot 80 centimeter hoog.

Kan ‘Little Bunny’ in de halfschaduw groeien?

Lichte halfschaduw wordt verdragen. Toch blijft de plant compacter en bloeit hij rijker op een warme plaats in de volle zon.

Is lampenpoetsersgras ‘Little Bunny’ winterhard?

Ja, op een beschutte en goed doorlatende standplaats is de plant doorgaans voldoende winterhard. Langdurige winterse nattigheid vormt het grootste risico.

Wanneer moet ‘Little Bunny’ worden teruggeknipt?

Knip de verdroogde pol tussen eind februari en begin april terug tot ongeveer 5 à 10 centimeter boven de grond.

Kan ‘Little Bunny’ in een plantenbak groeien?

Ja, de compacte groeiwijze maakt deze cultivar zeer geschikt voor potten. Gebruik een ruime bak met goede afvoergaten en geef tijdens droge perioden regelmatig water.

Hoeveel planten zijn nodig per vierkante meter?

Gebruik ongeveer zeven tot negen planten per vierkante meter. Voor kleine groepjes kan een onderlinge afstand van circa 30 tot 35 centimeter worden aangehouden.

Waarom bloeit mijn lampenpoetsersgras niet?

Te weinig zon, overmatige bemesting, langdurige droogte of een koel groeiseizoen kunnen de bloei beperken. Een jonge plant heeft bovendien soms een volledig groeiseizoen nodig om rijk te gaan bloeien.

Kan lampenpoetsersgras ‘Little Bunny’ worden gedeeld?

Ja, deel een oudere pol bij voorkeur in het voorjaar. Gebruik gezonde buitenste delen met voldoende wortels en jonge groeipunten.


14. Conclusie over lampenpoetsersgras (Pennisetum alopecuroides ‘Little Bunny’)

Lampenpoetsersgras ‘Little Bunny’ biedt de sierlijke eigenschappen van lampenpoetsersgras in een opvallend klein formaat. De fijne bladeren vormen een compacte, ronde pol. Daarnaast zorgen de korte, zachte bloeiaren voor beweging en een subtiele nazomerbloei.

Dankzij zijn geringe hoogte past deze cultivar uitstekend in kleine tuinen, lage borders, rotstuinen en plantenbakken. Bovendien laat hij zich goed combineren met lage, bloeiende vaste planten. Een zonnige standplaats en een goed doorlatende bodem blijven daarbij de belangrijkste voorwaarden.

Het onderhoud vraagt weinig tijd. Laat de verdroogde pol in de winter staan, knip hem in het vroege voorjaar terug en deel oudere planten wanneer het centrum kaal wordt. Met deze eenvoudige verzorging kan Pennisetum alopecuroides ‘Little Bunny’ jarenlang een fijn lijnenspel en herkenbare winterstructuur aan de tuin toevoegen.


Maak een schetsafspraak

Wilt u lampenpoetsersgras ‘Little Bunny’ verwerken in een kleine border, rotstuin of beplanting met potten? Een doordacht ontwerp houdt rekening met het compacte formaat, de plantafstand, de bloeiperiode en het winterbeeld.

Maak dan een afspraak met de Schetsservice!

Plantcategorie Siergras
Plantgebruik: Heidetuin,Moderne tuin,Natuurtuin (bijen vlinders en hommels),Patiotuin,Prairietuin,Rotstuin,Solitair,Vaste plantenborder
Nederlandse naam: Lampenpoetsersgras
Synoniem naam: Dwerglampenpoetsersgras
Plantenherkomst: Oost-Azië,Australië
Lichtbehoefte: zon
Bloeikleur: wit
Bloeiperiode: zomer
Planthoogte: 0.20-0.50 m
Bloemgeur: nee
Bladkleur: groen
Bladgrootte: klein 0-5 cm
Wintergroen: nee
Herfstkleur: ja
Aantrekkelijk voor vogels: nee
Aantrekkelijk voor bijen, hommels en vlinders: nee
Winterhard: ja
Giftig voor mens en dier: nee
Plantbeschrijving : Lampenpoetsersgras (Pennisetum alopecuroides ‘Little Bunny’) is een opvallend laagblijvend siergras.
Mestbehoefte: niet mesten
Vochtbehoefte: droog
Windbeschutting gewenst: ja
Aantal per m2: 7